literatuurgeschiedenis.nl | de achttiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Hendrik Doedijns
Den Haag ca. 1659 - Amsterdam 1700

Doedijns kon zich enorm opwinden over de Europese politiek, domme mensen en religieus fanatisme. Dat blijkt uit de enige publicatie die op zijn naam staat, het satirische tijdschrift Haegsche Mercurius (1697-1699), opgedragen ‘aan vrouw Venus’. Met dit tijdschrift schreef Doedijns geschiedenis. Het was een van de eerste Nederlandse satirische tijdschriften waarin een schrijver ongezouten zijn eigen mening gaf. Bovendien was het zó goed geschreven dat het een voorbeeld werd voor veel schrijvers en journalisten na hem.

Doedijns schreef over het Europese hofleven, militaire wapenfeiten, diplomaten, vrouwen, politiek, geschiedenis, filosofie, religie en af en toe ook over Nederland. Nieuw was dat hij niet alleen feiten presenteerde, zoals de nieuwsbladen deden, maar ook commentaar daarop. Dat deed hij wel altijd op satirische wijze, want Doedijns vond dat zijn tijdschrift moest vermaken. ‘Een mercuur moet zijn ’t graf van de melancholie’, aldus de schrijver. Maar achter de satire scholen belangrijke lessen, bijvoorbeeld dat de mens tolerant moest zijn op godsdienstig gebied:

Een goed onderdaan moet de dominante religie niet choqueren, zelfs al zou hij in Turkije wonen, maar deze laten in een vredige possessie, vel quasi op straffe van beschouwd te worden als een verstoorder van de openbare orde. Elke sekte meent infailliblement [= absoluut] gelijk te hebben, en veroordeelt zijn naasten zonder lang na te denken; we zullen pas de waarheid weten als ons verstand, ontdaan van gekmakende en verblindende passies, in zijn zuiverheid zal oordelen.

Doedijns begon laat met schrijven. Hij was afkomstig uit een goed Haags milieu, studeerde rechten in Leiden en was zeventien jaar lang advocaat. In 1697 gaf hij die carrière op omdat de artistieke wereld hem meer trok. Hij begon te handelen in schilderijen en besloot om een droom, het schrijven van een tijdschrift, te verwezenlijken.

Die droom veranderde gaandeweg in een nachtmerrie, want op de tolerantie die Doedijns bepleitte, hoefde hij zelf niet te rekenen. Zijn verlichte standpunten, zijn enorme vertrouwen in de rede en zijn sympathie voor omstreden filosofen als Descartes en Spinoza werden als te vrijzinnig en te bedreigend beschouwd voor de gevestigde orde. Doedijns maakte veel vijanden en zijn tegenstanders vielen hem aan in een dozijn pamfletten. Vooral van streng gereformeerde zijde kwam veel kritiek op Doedijns kritische kanttekeningen bij het christendom.

In 1699 werd de Haegsche Mercurius onder druk van de publieke kerk verboden. Een half jaar later stierf Doedijns. Het is nog altijd niet duidelijk waaraan hij overleed en of er een relatie is tussen de stopzetting van het tijdschrift en zijn dood. Vast staat dat de nieuwe manier van opiniëren die Doedijns introduceerde met de Haegsche Mercurius van grote invloed is geweest op de latere journalistiek en op een schrijver als Jacob Campo Weyerman. In 1735 verscheen een gemoderniseerde herdruk van het tijdschrift.

Verder lezen