literatuurgeschiedenis.nl | de achttiende eeuw

Het tijdvak 1670-1750 wordt wel het zilveren tijdperk van de Nederlandse schilderkunst genoemd. De bekendste schilders zijn Cornelis Troost en Jacob de Wit. De beroemdste graveur van de achttiende eeuw is Reinier Vinkeles.

Fraaie kunsten

Wie iets wil navoelen van de sfeer van het vroegachttiende-eeuwse Nederland moet de schilderijen van Cornelis Troost (1696-1750) bekijken. De scènes die hij schildert getuigen van een zeker soort levensvreugd en hebben iets libertijns. Troost is de beroemdste en meest literaire schilder uit de achttiende eeuw. Hij was jarenlang acteur, voordat hij zich, in 1724, definitief concentreerde op de schilderkunst. Wel bleef het toneel hem de rest van zijn leven inspireren.

Troost werd beroemd met schilderijen van komische scènes uit blijspelen en kluchten van tijdgenoten als Pieter Langendijk, Thomas Asselijn en Abraham Alewijn. Maar Troost was ook een belangrijk portrettist en genreschilder. In talloze genrestukken legde hij scènes uit het dagelijkse leven vast. Meer dan tweehonderdvijftig getekende en geschilderde portretten zijn bewaard gebleven. Bovendien was veel van zijn werk in reproductie, als gravure, te verkrijgen.

Een van Troosts bekendere werken is de zogenaamde NELRI-serie (1739-1740) die bestaat uit vijf pastelschilderijen. Deze hangen tegenwoordig in het Mauritshuis in Den Haag en laten zien hoe vijf heren een gezellig avondje met elkaar doorbrengen. Op elk schilderij wijst de klok een later tijdstip aan. Hoe verder de avond vordert, hoe drukker de heren worden, totdat ze dronken worden afgevoerd. De serie werd geschilderd in opdracht van Theodoor van Snakenburg (1695-1750), Leids jurist, dichter en een van de medewerkers aan Justus van Effens Hollandsche Spectator.

Een beroemd tijdgenoot van Troost was Jacob de Wit (1695-1754). Hij was de belangrijkste achttiende-eeuwse Nederlandse schilder in de decoratieve traditie. Deze Amsterdammer volgde schilderlessen in Antwerpen, liet zich inspireren door het werk van Rubens en vestigde zich in 1716 definitief in Amsterdam. Hij werd heel bekend door zijn grisailles – schilderingen in grijstinten op panelen en plafonds, die reliëf suggereren. Men duidt ze aan als ‘witjes’, naar de achternaam van de schilder.

Anthony Ziesenis (1731-1801) was de bekendste beeldhouwer uit de achttiende eeuw. Hij werd geboren in Hannover en werkte eerst in Hamburg voordat hij in 1757 naar Amsterdam kwam. Daar werd hij stadsbeeldhouwer. Veel achttiende-eeuwse gebouwen in de stad, zoals het stadswerkhuis in de Roetersstraat, worden gesierd door zijn beelden. Het Amsterdamse literaire genootschap ‘Diligentiae omnia’ gaf hem in 1772 opdracht om een grafmonument voor Vondel te maken, naar een ontwerp van een van de leden van het genootschap. Dit monumentje hangt nog altijd in de Amsterdamse Nieuwe Kerk.

De bekendste achttiende-eeuwse graveur ten slotte was Reinier Vinkeles (1741-1816). Hij maakte talloze boekillustraties. Gravures van hem zijn te vinden in de beroemdste werken van de eeuw, zoals Julia van Rhijnvis Feith, Sara Burgerhart van Wolff en Deken en Reinhart van Elisabeth Maria Post. Veel van zijn werk bevindt zich vandaag de dag in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum te Amsterdam en in het Prentenkabinet van het Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam.

Verder lezen