literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Nicolaas Beets (Hildebrand)
Haarlem 1814 - Utrecht 1903

Nicolaas Beets werd geboren in 1814 te Haarlem als zoon van een apotheker. Zijn literaire roem berust voornamelijk op zijn studentenjaren, maar ook vóór die tijd was hij al veel met literatuur bezig. Op de Franse school, die hij van tien- tot dertienjarige leeftijd bezocht, leerde hij – enigszins uitzonderlijk – ook Engels. Daardoor kon hij beroemde Engelse auteurs uit die tijd in hun eigen taal lezen. Bovendien was hij bevriend met de Engelse jongen John Lockhart, die in 1820 met zijn familie in Haarlem was komen wonen. Via John werd hij een enthousiaste lezer van Walter Scott, George Byron en Laurence Sterne (vooral A Sentimental Journey). Tijdens zijn Haarlemse jeugd was hij ook al een groot fan van Willem Bilderdijk, de excentrieke oude dichter die in deze stad zijn laatste jaren sleet. De piepjonge Nicolaas schreef ook zelf gedichten en beschouwingen. Er werd zelfs een vers van hem gepubliceerd in de prestigieuze Muzen-almanak.

Toen hij in 1833 in Leiden theologie ging studeren, leerde hij nog veel meer leeftijdsgenoten kennen met wie hij zijn literaire passie kon delen, onder wie Johannes ‘Jonathan’ Hasebroek en Jan ‘Klikspaan’ Kneppelhout. Met hen en nog wat andere vrienden richtte hij een club op, de ‘Rederijkerskamer voor uiterlijke welsprekendheid’, die was bedoeld om eigen en andersmans werk aan elkaar voor te dragen. De Rederijkerskamer was vooral geïnteresseerd in auteurs die bekend stonden als romantisch, zoals George Byron en Victor Hugo. Beets publiceerde in zijn studentenjaren verschillende verhalende gedichten die qua stijl en inhoud aan Byron doen denken. Zo hebben Jose, een Spaansch verhaal (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837) allemaal een somber mannelijk hoofdpersonage, dat lijdt aan (althans in Jose en Guy) emotionele uitbarstingen en gefascineerd wordt door de zonde. Er kwam veel kritiek op de somberheid en heftigheid in Beets’ gedichten, vooral van oudere tijdgenoten. Beets zelf vond dat het in zijn eigen gedichten (en ook in die van Byron) vooral ging om psychologisch inzicht en om het overbrengen van een emotioneel kookpunt op de lezer. Daarom koos hij voor het uitbeelden van ‘een hevig karakter, onder den invloed van groote hartstochten en aandoeningen’, zoals hij schreef in het voorwoord bij Jose.

Een heel andere kant van zijn schrijverschap liet Beets zien in zijn humoristische stukken. In 1835 verscheen het verhalende gedicht De maskerade. Hierin deed Beets op een ironische en laconieke toon verslag van een historische optocht die door Leidse studenten georganiseerd was. Twee jaar later verscheen de proza-schets ‘Vooruitgang’, die op een droog-komische manier vraagtekens plaatste bij de verworvenheden van de moderne tijd. Dit stuk zou in 1840 worden opgenomen in de Camera Obscura, dat verscheen onder het pseudoniem Hildebrand. De verhalen in dit boek lieten allerlei mensentypen en situaties zien uit de Nederlandse maatschappij, vaak met een humoristisch effect.

In de loop van zijn studentenjaren begon Beets zich steeds meer te oriënteren op zijn toekomst als predikant. Het predikantschap was moeilijk te combineren met het schrijverschap, vond hij, zeker wanneer dat schrijverschap gepaard ging met Byron-achtige heftigheid. Daarom nam hij in 1840 publiekelijk afstand van zijn liefde voor Byron, in het artikel ‘De zwarte tijd’. Beets zou nooit meer zo intensief met literatuur bezig zijn als in zijn jeugd. Toch stopten zijn literaire activiteiten niet. Hij publiceerde voortaan een stuk kalmere verzen, die vooral over natuur en religie gingen. Ook gaf hij zijn preken uit, die enorm goed verkochten, en publiceerde hij letterkundige studies. Bovendien bleef hij zijn leven lang sleutelen aan de Camera Obscura, waarvan bij zijn dood in 1903 al 23 herdrukken waren verschenen.

Verder lezen
Portret van Nicolaas Beets, door Grebner/Lange .
Tekening door O.Veralby van de Leidse Rederijkers-kamer voor Uiterlijke welsprekendheid, waar romantische studenten bij elkaar kwamen (Klikspaan, Studentenleven. Leyden 1844. 1e druk t.o. p. 376).
Titelpagina van de vijfde druk van de Camera Obscura. Op de tafel staat een `camera obscura’ (een kijkdoos die de werkelijkheid verkleind weergeeft) en de figuur links lijkt op Nicolaas Beets.