literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw Literatuurgeschiedenis.nl: Een nagelaten bekentenis
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Een nagelaten bekentenis
Marcellus Emants (1848-1923), 1894

Voor de lezer blijft het een open vraag: heeft ze overspel gepleegd of niet? Voor de ik-figuur van Een nagelaten bekentenis is het duidelijk dat zijn vrouw een verhouding had met de dominee en daarom moet ze sterven. En dan is er nog een raadsel: was het misschien helemaal geen moord maar zelfmoord? Was de vrouw van Willem Termeer door haar geschifte man niet zo in het nauw gedreven dat ze zelf een einde maakte aan haar uitzichtloze situatie? Nam Termeer de schuld van haar einde op zich, omdat hij nu eenmaal vond dat hij haar had moeten vermoorden?

Een nagelaten bekentenis is een raadselachtige roman, ofschoon die in eerste instantie glashelder lijkt. Het boek is een verslag van een ik-persoon die meldt dat zijn vrouw dood en begraven is, en dat hij een verslag wil doen van wat hem ertoe gebracht heeft zijn vrouw te vermoorden, ofschoon niemand weet dat hij de schuldige is. De hoofdpersoon Willem Termeer is een rentenier uit een tamelijk welgestelde burgerfamilie. Dat is een belangrijk gegeven, want het geeft aan dat hij gedegenereerd [ontaard, de goede eigenschappen van het geslacht zijn verdwenen] is. Hij is in zijn jeugd verwend en hij heeft nooit hoeven werken voor de kost. Bovendien is hij het enige kind van oude ouders, die al tegen de veertig liepen toen hij zonder liefde of hartstocht verwekt werd. Ook dat is er een teken van dat hij psychisch zwak is. Men dacht in die tijd dat oude ouders en oude families verwekelijkte kinderen kweekten. Termeer is een eenzelvig man, die moeite heeft met het sluiten van vriendschappen en weinig last heeft van diepgaande gevoelens. Hij is lui en gesteld op een rustig leven. Wel speelt de seksualiteit hem parten, en daarom gaat hij op zoek naar een relatie. Op reis door Zwitserland ontmoet hij een pianiste, en omdat hij zelf door muziek gefascineerd wordt, meent hij wel iets met haar te kunnen ondernemen. Zij ziet hem niet staan.

Dan kiest hij een gemakkelijke weg:

Wat moest er van me terecht komen, als ik ziekelijk, hulpbehoevend werd en niemand anders dan een betaalde oppasseres zich om me bekommeren zou? Voor het eerst rees het denkbeeld van een huwelijk in me op en verbeeldde ik me de haven te zien, waarin mijn ellendig scheepje zou kunnen ankeren.
Wat er me destijds in aanlokte, was geen behoefte aan de affectie van een vrouw of van kinderen. Ik zag alleen een zonnige woning, waarin ik het goed zou hebben en veilig zou zijn voor de mensen.
Zoals een eenvoudige wandeling een herstellende zieke toelacht, zo lachte mij het vooruitzicht toe van een regelmatig, huiselijk leven zonder enige opwinding.
Edoch… waar de vrouw gezocht?

Hij probeert aan te pappen met de dochter van zijn sigarenkoopman, maar wordt vierkant uitgelachen. Daarna klopt hij aan bij zijn voormalige voogd, die een ongetrouwde, niet meer zo jonge dochter heeft die duidelijk op een huwelijk wacht, en die vraagt hij ten huwelijk. Anna stemt toe, niet uit liefde, maar omdat hij de eerste is die haar vraagt. Het blijkt een passieloos huwelijk te worden. Termeer vindt niet de wellust die hij wel eens bij de hoeren op voelde komen, en ook niet de extase die hij gehoopt had te vinden omdat Anna wel aardig piano speelt.

Een van de misleidende trucs van het boek is, dat we op geen enkele manier iets objectiefs te weten komen over de gedachtewereld van Anna. Wat Anna vindt, horen we alleen via Termeer. Alleen als hij haar letterlijk citeert, kunnen we die woorden echt aan haar toeschrijven. Ze verwijt hem geen vrienden te hebben, en ook geen enkele moeite te doen die te maken, ze verwijt hem zijn luiheid en onhandigheid. Termeer krijgt daardoor het gevoel dat zij hem minacht. Dan raakt zij zwanger en dan begint er een goede tijd voor haar. Termeer voelt er niets bij. Botweg schrijft hij op:

Zij beviel voorspoedig van een dochter; het wurm leefde ruim anderhalf jaar.
Gedurende deze anderhalf jaar is Anna zó angstig gelukkig geweest, dat de stompste man begrepen zou hebben: ze heeft vergoeding gevonden voor een grote teleurstelling.
Liefde heb ik voor het kind geen ogenblik gevoeld; de lust om het eens in mijn armen te nemen is nooit in mij opgekomen. […] Hoe vreemd het mag schijnen, ik voelde meer genegenheid voor mijn poes dan voor mijn dochter.

Het kind vatte kou en stierf, Termeer meldt het zonder enige emotie. Zijn vrouw is `verbijsterd van smart’. Ze ontwijkt haar man en vindt troost bij de buurman, de ex-predikant De Kantere. Hij is weduwnaar en voedt een ziekelijk dochtertje op. Anna zoekt zijn gezelschap steeds vaker op, en blijkbaar klaagt ze dan over haar man.

De Kantere lijkt zich voorgenomen te hebben Termeer uit zijn lusteloosheid op te heffen. Termeer is een typische vertegenwoordiger van het naturalistisch denken: alles is van tevoren bepaald en het is onmogelijk om te ontkomen aan je lot als je door je geboorte gedetermineerd bent als gedegenereerd. De Kantere gelooft in de vrije wil en in de maakbaarheid van de mens.

Van enig seksueel contact tussen Anna en Termeer is geen sprake meer en dus besluit Termeer zijn gerief elders te zoeken. In de opera ontmoet hij een meisje, Caroline, dat haar adres makkelijk aan hem geeft, en dat hem tegen betaling liefkoost. Steeds meer verdenkt Termeer zijn vrouw van een relatie met de dominee, en hij wil scheiden, wat door Anna verontwaardigd afgewezen wordt. Het is onduidelijk of de relatie alleen bestaat in de gedachtewereld van Termeer, of dat Anna zo door het uiterlijk fatsoen beheerst wordt dat ze een openbare scheiding niet wil. In elk geval drijft Caroline Termeer tot wanhoop, want zij vraagt steeds meer geld voor haar diensten, en ontvangt desalniettemin andere heren. Na een ruzie komt Termeer thuis, bekijkt zijn diep slapende vrouw, ziet flessen slaapmiddel op haar nachtkastje staan en giet een flinke hoeveelheid in haar open mond.

De lezer blijft verkild achter: een koele moord, die nota bene door de dokter als zelfmoord gezien wordt, een gewetenloze man die niet anders kon, zo denkt hij, dan de huichelarij van de wereld op deze manier te bestraffen. Liefde is zelfbedrog, eerlijkheid bestaat niet, dat is de conclusie van deze roman.

Verder lezen
Titelpagina van Marcellus Emants, Een nagelaten bekentenis. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam z.j. [1894].