literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
Zelfmoord in de literatuur

Het bekendste gedicht over zelfmoord in de Nederlandse literatuur is dat van Piet Paaltjens, De zelfmoordenaar. Een depressieve man gaat in de winter het bos in en knoopt zich op aan een boom. De man hangt een paar seizoenen aan de boom, tot het zomer wordt, een paartje door het bos zwerft en een mooi plekje om te vrijen zoekt, tot er een laars van het reeds langverteerde been afglijdt. `In een wip was de lust om te vrijen geblust', merkt Piet Paaltjens droog op.

François Haverschmidt, de ware naam achter Piet Paaltjes, koos zelf in een depressie voor een gruwelijke zelfmoord: hij hing zich op aan een gordijnkoord. De naaister van de familie Haverschmidt vertelde hierover: `er was een bedstede in dat huis en daarin heeft hij zijn laatste strijd gestreden. De tekenen waren zichtbaar doordat hij met zijn schoenen het beschot heeft bekrast'.

Literaire en werkelijke zelfmoord zijn in de negentiende eeuw bijna niet te scheiden. Van historische zelfmoorden werd fictie gemaakt, terwijl zelfmoorden in boeken besproken werden alsof ze werkelijk gebeurd waren. In de negentiende eeuw lijkt de eigenhandige dood een bijzondere aantrekkingskracht te hebben op letterkundigen.

Zelfmoord wordt op twee manieren gebruikt. Enerzijds is er de heldenzelfmoord. Een jonge man of vrouw komt voor een keuze te staan tussen toegeven aan een onverdraaglijke toekomst of deze niet accepteren en het leven opofferen. Dit zijn de zelfmoordenaars die niet kunnen leven volgens de normen van de maatschappij en zich niet wensen aan te passen aan haar regels. De dood is dan eervoller dan het compromis.

De keerzijde van de heldenzelfmoord is de oneervolle zelfmoord van de ontaarde man of vrouw. Zelfmoord wordt dan voorgesteld als het gruwelijkste waartoe een mens kan vervallen en de straf voor dronkenschap, onbetrouwbare geldhandel, het uitvreten van armen of hoerenloperij. Vaak wordt daarbij naar de Christusverrader Judas uit het Nieuwe Testament verwezen, die zich uit wroeging over zijn daad ophing.

Bij de eervolle zelfmoord horen andere hulpmiddelen dan bij de oneervolle. Verdrinking en verhanging horen bij de lage soort, terwijl de sublieme zelfmoord gepleegd wordt met het mes, pistool, vergif of, fraaie variant, door zelfontploffing en natuurlijk door van een toren te springen. Vooral verhanging is een teken van een gruwelijke dood. Wie zichzelf zo ombrengt, zendt daarmee het teken uit dat hij zichzelf beschouwt als een judas, die deze straf verdient.

Een literaire zelfmoord die in de late achttiende en vroege negentiende eeuw veel indruk maakte, was die van Werther uit Goethes brievenroman Die Leiden des jungen Werther (1774). De overgevoelige, introverte Werther, verliefd op een reeds verloofd meisje, kan niet leven met de eisen van de burgermaatschappij en beneemt zich het leven. Werthers zelfmoord is een edele zelfmoord, zoals blijkt uit het middel dat hij gebruikt (het pistool) en de afwezigheid van morele afkeuring van zijn daad in het boek zelf. Vergelijkbaar met Werthers zelfmoord ten gevolge van maatschappelijke uitsluiting is die van Guy de Vlaming uit Nicolaas Beets’ gelijknamig dichtverhaal.

Een Hollandse eervolle echte zelfmoord is die van de luitenant-ter-zee Jan van Speyk. Zijn kanonneerboot was in de winter van 1831 vastgelopen bij een Antwerpse kade. Voordat het schip in handen van de opstandige Belgische militairen kon vallen, gooide Van Speyk zijn sigaar in het kruit, en een geweldige ontploffing volgde. Van Speyks zelfexplosie veroorzaakte een vaderlandse euforie in Nederland en er verschenen tientallen verheerlijkende gedichten en verhalen over hem.

De oneervolle zelfmoord is in de literatuur bij uitstek de manier om met schurken af te rekenen. Oneervolle zelfmoord komt voor in de romans van J.J. Cremer, waar een inhalige man die zijn vrouw mishandelt zelfmoord pleegt (Anna Roose). In Van Lenneps Klaasje Zevenster wordt een overspelige gehuwde vrouw uit betere kringen nog net gered nadat ze zichzelf aan de beddenkwast opgeknoopt heeft. Daarentegen is een oplichter in diezelfde roman niet meer te redden. Hij verdrinkt zichzelf als zijn kapitaal verloren is gegaan.

Zeer spectaculair eindigt Busken Huets Lidewyde. De bedrogen echtgenoot stelt daarin de minnaar van zijn vrouw voor de keuze zelfmoord te plegen met het pistool of zich door zijn bedienden naar de stal te laten voeren waar zij hem mogen castreren. De minnaar kiest voor het pistool. In de historische roman De schaapherder van J.F. Oltmans komen beide soorten zelfmoord voor: de eervolle en de oneervollle. Jan van Schaffelaar springt om zijn eer en zijn manschappen te redden van de Barneveldse toren en is dus een held. Daarentegen springt een hysterische en kwaadaardige heks in een vlaag van verstandsverbijstering in het vuur. Haar zelfverbranding is oneervol.

Verder lezen