literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw Literatuurgeschiedenis.nl: De stille plantage
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
De stille plantage
Albert Helman, 1931

Er stroomden wel vijf soorten bloed door de aderen van Albert Helman (1903-1996). Deze eerste belangrijke schrijver uit de Nederlandse West (waarmee bedoeld wordt: Suriname en de Nederlandse Antillen) had twee volbloed Indiaanse grootmoeders en verder had hij bovendien Duits, Creools, Nederlands en Frans bloed.

Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld) werd geboren in Paramaribo, maar woonde in Nederland, Spanje (waar hij zij aan zij met George Orwell streed tegen dictator Franco), vluchtte naar Mexico, en keerde voor de oorlog terug naar Nederland, waar hij een rol speelde in het verzet tegen de Duitsers. In 1949 ging hij naar zijn geboorteland Suriname waar hij minister van Onderwijs en Volksgezondheid werd. Van Paramaribo trok hij naar Washington, later naar Tobago en Italië en ten slotte weer naar Nederland.

Hij was dan ook een echte kosmopoliet, voor wie de hele wereld zijn thuis was. Zelf noemde hij zich graag een Renaissance-mens: iemand die zich voor alles interesseert en met alle gebieden van het geestesleven bezig was.

Zo schreef hij de muziek voor de eerste geluidsfilm van Joris Ivens, Regen (1929). Hij publiceerde taalkundige studies maar ook kookboeken; hij hield zich bezig met psychoanalyse, wiskunde en geschiedenis Hij verdiepte zich in de astrologie maar was ook zakenman. Helman was redacteur en vertaler en schreef in alle genres: proza, poëzie, toneel, essays - hij kreeg een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam in 1962. En altijd en overal koos hij voor de vrijheid en tegen de dictatuur: toen hij al bijna 80 was wilde hij nog een invasieleger opzetten om Suriname te bevrijden van het militaire regime van Desi Bouterse. Desalniettemin vond hij de tijd om 130 romans te schrijven vanaf zijn debuut Zuid-Zuid-West in 1926. De bekendste daarvan zouden worden: Mijn aap schreit (1928) en De stille plantage (1931).

Het grote oeuvre van Albert Helman is zeker niet gelijkmatig van kwaliteit, maar een aantal boeken behoort tot de steady sellers: boeken die geen grote hype veroorzaken maar die nog altijd met zekere regelmaat herdrukt worden. Daartoe behoren ook De stille plantage en de herschreven versie van dat verhaal, De laaiende stilte, waarvoor Helman zijn enige literaire prijs kreeg, de Vijverbergprijs.

De stille plantage is een roman over kolonisatie. Een familie Hugenoten (Met het Edict van Nantes kregen de Hugenoten (protestanten) in Frankrijk de vrijheid om hun godsdienst te belijden. Maar in 1685 werd het Edict herroepen en moesten de Hugenoten vluchten) wijkt naar Nederland uit, en van daar naar Suriname. Raoul de Morhang, zijn vrouw Josephine en haar twee zusters, willen een plantage stichten waar rechtvaardigheid en liefde de leidende beginselen zijn. Diep in het bos zetten zij de suiker- en tabaksplantage Bel Exil op. Maar de onderneming mislukt. De wrede en zuipende plantage-opzichter Willem Das is het niet eens met mens-vriendelijke slavenbehandeling die De Morhang voorstaat. Willem Das schopt een slavin dood die van hem zwanger is, de nobele neger Isidore slaat hem neer. Naburige planters doden daarop de neger. Een van de zusters, Agnes, verliefd op Isidore, is ontroostbaar en wordt tot een schim van de nuchtere, taaie werkster die zij ooit was. De ‘goede planter’ Raoul beseft dat zijn onderneming faalt.

Verder lezen
omslag van de negentiende druk van De stille plantage (1997).