literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw Literatuurgeschiedenis.nl: Was getekend
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Was getekend
Astrid Roemer, 1998

Hoewel Suriname in 1975 onafhankelijk werd van Nederland, is de band tussen de twee landen altijd nauw gebleven. Holland blijft een grote aantrekkingskracht uitoefenen op jonge Surinamers, en Suriname is lang economisch afhankelijk gebleven van de vroegere kolonisator. De trilogie (bestaande uit Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1999)) die Astrid Roemer schreef over haar geboorteland, beschrijft die moeizame weg naar echte onafhankelijkheid. Hoewel het verhaal zich afspeelt tegen het decor van politieke en sociale wantoestanden, wijst Roemer geen schuldigen aan en geeft ze geen eenduidige antwoorden. Ook in het derde deel van de cyclus, Was getekend, vertelt zij een verhaal over Suriname waarin iedereen zijn eigen waarheid zal moeten zoeken.

Er wordt dan ook enige afstand genomen van de werkelijkheid. Politieke figuren worden niet met name genoemd, jaartallen blijven achterwege en de hoofdpersonen dragen veelal allegorische namen. Zo gaat het hier om ‘Pedrick de Derde Abracadabra’, en of dit niet al sprookjesachtig genoeg klinkt, luidt zijn roepnaam ‘Ilya’: Il y a, ‘er is’. Die naam heeft alles te maken met zijn raadselachtige oorsprong als melaatse vondeling in het ‘oerbos’. Ilya’s pleegmoeder komt uit Nederland en vertelt hem sprookjes van Grimm en Andersen ‘om hem verschillende versies van de realiteit te leren zien’. Maar ook zijn vader vertelt hem verhalen, en Ilya vertelt ze later weer aan zijn kinderen:

‘Verhalen en vuur kunnen beide niet uit de wereld worden geholpen. Als ze er eenmaal zijn beïnvloeden ze de omgeving. Vuur laat een schroeiplek achter. Verhalen verspreiden zich als as in je. Volgens mij zijn dromen gemaakt van herinneringen van de schroeiplek en van deze asresten, verhaal-as-resten. Verhaal als resten.’
[...]
‘Hij moet op een gegeven moment hebben gedroomd van een groot houtvuur waarbij hij met zijn vader zat. Zijn vader kijkt in het vuur en vertelt hem het verhaal van de Amazone-vrouw. Zijn vader vertelt hem dat hij werd gevonden in een dichtgevlochten rieten mand aan de voet van de bergketens van de vrouwen. Zijn vader vertelt hem dat in zijn dorp een man vader wordt als hij een zoon vindt in een dichtgevlochten rieten mand op mos in een donker bos. Zijn vader vertelt hem ook dat het oerbos de vader is van alle zonen. Dat moeders op de bergen wonen. Hij moet voortaan op de donkere plekken in het bos een dankoffer van vuur brengen. Voor de bergvaders en de oerwoudvaders. Een groot houtvuur’.

Ilya’s levensloop, van het ‘oerbos’ naar de grote stad, verbeeldt de moeizame geboorte van het onafhankelijke Suriname. Corrupte politici maken de bloeiende handel waarmee Ilya de kost verdient onmogelijk; stakingen leggen het land lam en als dieptepunten in zijn bestaan zijn er de decembermoorden van 1982, en het ongeluk met de SLM-Boeing zes jaar later. Ook na de onafhankelijkheid blijft Holland Surinamers aantrekken, en met lede ogen moet Ilya aanzien hoe het land leegloopt. Hoe hij de massale emigratie beleeft, wordt duidelijk als iemand hem tot de ‘achterblijvers’ rekent. Driftig reageert hij: ‘Hij is niet áchter-gebleven. Hij is niet eens gebléven.’

Net als het Surinaamse volk heeft Ilya geen eenduidige etnische identiteit; hij voelt zich verbonden met het oerwoud, maar ook met Paramaribo en Holland, en hij is koortsachtig op zoek naar een eigen plek. Aan het begin van het boek heeft Ilya steeds het gevoel nog geboren te moeten worden, aan het einde viert hij groots zijn verjaardag. Roemers voorkeur voor dergelijke allegorische constructies is direct zichtbaar op het niveau van de taal. Haar verhaal staat vol van beelden en metaforen; op die manier geeft ze de realiteit een welhaast mythisch karakter.

Ilya’s eigen kinderen, door hem weer volgestopt met sprookjes en verhalen en verbonden met de Surinaamse aarde, zullen op een dag uit Nederland terugkeren. Ilya’s zoon Junier is kunstenaar geworden. In zijn schilderijen brengt hij een nieuwe harmonie tot uitdrukking. Suriname, lijkt Roemer in dit boek te betogen, heeft geen beschuldigingen of tribunalen nodig, maar de louterende werking van het woord, en de kunst. Daarmee krijgt deze trilogie een min of meer hoopvol slot, en heeft Roemer in elk geval één mogelijk antwoord gegeven op de problemen van Suriname.

Verder lezen
Astrid Roemer. Foto: Chris van Houts.