literatuurgeschiedenis.nl | de twintigste/eenentwintigste eeuw
Podiumpoëzie: dichters voor het voetlicht

Sinds de eerste grote voordrachtsavond, Poëzie in Carré, georganiseerd door Simon Vinkenoog in 1966, valt de podiumdichter niet meer weg te denken uit de Nederlandse literatuur. Wat ooit misschien begon als een marginale scene, is hard op weg een serieus te nemen fenomeen te worden. Zo was het Nederlandse Kampioenschap Poetry Slam in 2008 alweer aan zijn zevende editie toe.

In de podiumpoëzie staat de performance van de dichter centraal. Dat is opvallend, want het is heel lang zo geweest dat we bij het lezen van of luisteren naar poëzie vooral aandacht hadden voor het gedicht, niet voor de dichter zelf. Maar de bezoeker van een festival, een slam of een literaire avond kán de auteur niet eens buiten beschouwing laten: de dichter staat op het podium en kan zijn bedoelingen daar zelfs toelichten. Anders gezegd: de performance van poëzie is nauw verbonden met de ervaring van de concrete aanwezigheid van het lichaam en de acties van de dichter.

Het lichaam van de voordragende dichter kunnen we zien als een onderdeel van de performance: wat hij doet met zijn lijf, heeft invloed op de betekenis van zijn poëzie. De perfect getimede, aarzelende en dan weer haastige versnellende voordracht van Ingmar Heytze is daar een goed voorbeeld van. Of denk aan het hysterische geschreeuw van Johnny van Doorn, de orakeltaal van Lucebert of de muzikale optredens van Tsead Bruinja.

Toch zijn er ook belangrijke verschillen tussen zulke voordrachten. Je zou een onderverdeling kunnen maken in twee soorten voordracht. Aan de ene kant is er een groep dichters die altijd de controle wil blijven houden. De meeste dichters gaan zo te werk: ze lezen alleen hun eigen teksten voor en wijken nauwelijks af van de papieren versies. Deze groep staat eigenlijk in de negentiende-eeuwse traditie van de declamatie. De voordracht of declamatie moest authentiek en gecontroleerd te zijn, zo leerden de negentiende-eeuwse declamatiehandboeken: de dichter mocht alleen uitdrukken wat hij ook écht voelde. De voordracht van Heytze, bijvoorbeeld, kun je zien als een letterlijke belichaming van de onzekere, door het leven struikelende ik-figuren die je ook in zijn gedichten kunt vinden. Zijn voordracht is dus een bewuste uitbeelding van de thema's uit zijn gedichten.

Aan de andere kant zijn er dichters als Van Doorn, Lucebert of Bruinja, die iets heel anders proberen te doen wanneer ze op een podium staan. Van Doorn wilde zichzelf tijdens zijn optredens in extase brengen door almaar zinnetjes als 'een magistrale, stralende zon' of 'I'm sitting in the kosmos' te fluisteren of te schreeuwen. Die extase is belangrijk: het ging Van Doorn (die zichzelf nota bene 'The Self-Kicker' noemde) om een tot zelfverlies leidend taalspel. Iets vergelijkbaars deed Lucebert. Wanneer hij voordroeg, wilde hij zijn geschreven gedichten niet zo goed mogelijk 'brengen', maar herschreef hij zijn gedichten op het moment van de performance: hij stond open voor niet van tevoren bedachte alternatieven. Hier is de dichter dus helemaal geen bewust controlerende figuur. Het gaat in deze voordrachten eerder om een poging het controlerende 'ik' buitenspel te zetten. Daarom treden de dichters uit deze groep ook niet per se alleen op: het individu van de dichter doet er immers niet toe. Een mooi voorbeeld vormen de performances van Bruinja, die eens gedichten voordroeg terwijl hij begeleid werd door een percussionist. Deze laatste spoorde de dichter aan om te improviseren en ter plekke te reageren op muzikale volume- en tempoveranderingen. De dichter zelf had zichzelf én zijn performance dus niet meer in de hand.

Dat is kenmerkend voor een heel andere vorm van podiumkunst, die het accent legt op een taalexperiment: de poëzie reageert direct op de acties van het lichaam of op de muziek. Dit is performancepoëzie in de ware zin van het woord – voor de eerste soort kunnen we beter de term voordrachtspoëzie reserveren.

Verder lezen
Poster voor Nacht van de poëzie (1973) in Brussel. Sinds 1981 is er een jaarlijks terugkerend evenement met dezelfde naam in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.