literatuurgeschiedenis.nl | de gouden eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Guilliam van Nieuwelandt - bloed op de planken
Antwerpen 1584? - Amsterdam 1635?

De schilder, tekenaar en schrijver Guilliam (Willem) van Nieuwelandt reisde heel wat af. Hij woonde afwisselend in het zuiden en het noorden.

Zoals oveel zuiderlingen weken de ouders van Guilliam van Nieuwelandt na de val van Antwerpen uit naar Amsterdam, waar hij als schildersjongen in de leer ging bij Jacob Savery. Hij trok in 1601 naar Rome en ging na een paar jaar even terug naar Amsterdam. Vanaf 1605 woonde hij in zijn geboortestad Antwerpen. In 1629 verhuisde hij opnieuw naar Amsterdam, waar hij waarschijnlijk in 1635 stierf.

In Antwerpen was Van Nieuwelandt lid van het schildersgilde Sint-Lucas. Maar beroemd werd hij vooral om zijn toneelopvoeringen. Hij zorgde voor leven in de brouwerij in de rederijkerskamer De Olijftak. Deze kamer was door de oorlog een halve eeuw dicht geweest en kreeg rond 1615 van de autoriteiten toestemming om weer actief te worden. Van Nieuwelandt greep de heropening aan om de nieuwste toneelmode te volgen, die hij onder andere kende uit het werk van de Amsterdammer P.C. Hooft.

In plaats van de traditionele zinnespelen schreef Van Nieuwelandt treurspelen. Deze toneelvorm ging terug op de tragedie uit de oudheid en werd in de renaissance heel populair. De verhalen konden uit de klassieke mythologie, de Bijbel of de geschiedenis komen. Tussen 1614 en 1629 maakte Van Nieuwelandt zeven tragedies, die allemaal werden gedrukt. Dat was uitzonderlijk en bewijst hoe populair de stukken waren. De stof kwam uit de Bijbel in Saul (1615) en Salomon (1628), maar ook uit de klassieke geschiedenis, zoals in Nero (1618) en Aegyptica (1624; over de Romeinse veldheer Antonius en de Egyptische vorstin Cleopatra). De klassieke Romeinse schrijver en filosoof Seneca was Van Nieuwelandts grote voorbeeld.

Seneca’s toneelstukken brengen veel gruwelijk spektakel, bijvoorbeeld een vader die het vlees van zijn eigen kinderen als maaltijd krijgt voorgezet en een moeder die haar kinderen vermoordt. Deze wreedheden gebeuren bij Seneca achter de schermen en worden aan het publiek verteld, maar een aantal zeventiende-eeuwse auteurs, zoals Van Nieuwelandt en later de Amsterdammer Jan Vos, wilden ze ook op het toneel laten zien. Bij Van Nieuwelandt kon het publiek rekenen op ten minste één moord of zelfmoord en vaak op meer. Daarbij kwamen gruwelscènes, bijvoorbeeld een brandoffer of een tafereel in de hel of een geestverschijning. Soms is ook invloed van Nederlandse tragedies merkbaar, zoals in Saul. Daar verschijnt de geest van de profeet Samuel in een heksachtige scène die gemodelleerd is naar de verschijning van Timon de tovenaar in Hoofts Geeraerdt van Velsen (1613).

Dat gegriezel betekent niet dat Van Nieuwelandt geen wijze lessen wilde geven, het diende juist om de verachtelijkheid van moord en geweld aan te tonen. Net als bij Seneca zitten er in de tekst van de personages veel sententies. In de tragedie over de wrede Romeinse keizer Nero wordt diens egoïstische, machtsbeluste gedrag om de haverklap veroordeeld. Al meteen aan het begin waarschuwt de proloogspreker het publiek:

De liefde tot de konst, die krachtig wekt den geest,
zal hier Neronem wreed en schrikkelijk vertonen,
en hoe tirannen doen haar dienaars dienst belonen,
die haar van hare jeugd zeer dienstig zijn geweest.

Den hoogmoed, wreed van aard, die als een grouwzaam beest
met lichtgelove komt bij grote prinsen wonen,
zult gij in Nero zien, die niet en kan verschonen
zijn dulle razernij, waardoor hem ieder vreest.

Dit bloedig droef toneel en laat u niet verdrieten,
al ziet gij moeders moord, en ander bloedvergieten,
’t is spiegel van het kwaad, waardoor men kent de deugd.

Maar met verstand en lust, wilt op de woorden letten,
en niet het droef gezicht voor onze Muza zetten:
in droeve poëzie schuilt wel verborgen vreugd.

Als aan het eind van het stuk de christelijke wijk in Rome in brand staat en er een hele stoet doden is gevallen, allemaal op bevel van de keizer, pleegt Nero laf zelfmoord. Het publiek wordt dan nogmaals aangespoord om niet te doen als Nero maar deugdzaam te leven, volgens de christelijke beginselen.

Verder lezen
Van Nieuwelandt op een ets van Iean Moyssens, met een korte levensbeschrijving in het Frans.
De titelpagina van het toneelstuk Nero toont de slotscène van het stuk: de keizer pleegt zelfmoord.