literatuurgeschiedenis.nl | de negentiende eeuw
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
De Schoolmeester (Gerrit van de Linde)
Rotterdam 1808 - Highgate (Engeland) 1858

Een gewone Nederlander kan Gerrit van de Linde zeker niet genoemd worden. In zijn studententijd was hij een feestnummer, een rokkenjager en een geldverspiller. Hij moest dan ook uit het land vluchten. Bovendien is hij uniek als dichter. Zijn spotzieke verzen vallen buiten de regels van zijn tijd. In zijn brieven is hij een meesterlijk stilist. Gerrit van de Linde noemde zich als schrijver `De Schoolmeester’. Een schoolmeester was hij inderdaad, maar niet een die de bedoeling had dat te worden. Hij werd dat door zijn losbandig leven als student.

Hij werd in 1808 in Rotterdam geboren. Al vroeg openbaarde zich een literaire aanleg. Nog voor hij ging studeren droeg hij al gedichten voor in literaire genootschappen. In september 1825 ging hij in Leiden theologie studeren. Hij maakte veel vrienden en hij begon gedichten in almanakken te publiceren. Ook kwam hij in de redactie van de studentenalmanak. Hij stond bekend om zijn geestigheden en in kleine kring vertoonde hij af en toe poppenkastspelen met cynische toespelingen op de hoogleraren.

Van zijn studie maakte hij niet veel werk. Eind 1833 kwam hij in moeilijkheden. Een muzikantendochter was zwanger van hem en beviel van een zoon. Vervolgens lekte uit dat hij een verhouding had met de jonge vrouw van een Leidse hoogleraar. Ook zij was zwanger geraakt, iets wat de hoogleraar zelf in vier jaar nog niet voor elkaar had gekregen. De bedrogen hoogleraar liet Gerrit wegsturen van de universiteit. Toen moest hij onderduiken, want hij had hoge schulden bij Leidse kleermakers, koetsenverhuurders en pasteibakkers. Zolang hij op de universiteit zat, dachten ze dat het geld wel zou komen, maar nu werden ze lastig. Hij nam in januari 1834 de boot naar Londen. Engels kende hij niet, bagage had hij nauwelijks, en geld al helemaal niet. Een sombere tijd van armoe, vernedering, ziekte en eenzaamheid wachtte hem. Alle vrienden lieten hem in de steek, behalve de bekende romanschrijver Jacob van Lennep. Aan hem schreef hij lange, amusante brieven om de eenzaamheid te verdrijven en om de vriendschap in stand te houden.

In 1835 kon hij met de hulp van Van Lennep een kostschool kopen. In het begin viel het schoolmeestersbestaan hem niet mee. Het personeel was onbetrouwbaar en de ouders van de kostschoolkinderen betaalden veel te laat of niet. Maar langzaam maar zeker kreeg hij naam en kon hij de school verbeteren.

In 1837 trouwde hij met de jonge Caroline de Monteuiis, dochter van een Franse kostschoolhouder. Een Française, dat werkte statusverhogend voor Gerrit, zozeer dat hij in 1843 een schitterend historisch pand in Highgate kon kopen waar hij het `College francais’ vestigde. Hij bracht daar onderwijs dat in Engeland vernieuwend was. Lijfstraffen had hij al meteen afgeschaft, maar ook gaf hij een modern vakkenpakket, met moderne talen en wiskunde.

In Highgate werd Van de Linde een gewaardeerd lid van de gemeenschap. Hij had toegang tot de hoogste burgerklassen van de Engelse maatschappij. Onder zijn vrienden waren er veel die nationale bekendheid genoten. Sommigen als criticus, anderen als oudheidkundige. Veel van zijn vrienden waren maatschappijverbeteraars. Een van hen was een fervent strijder tegen de slavernij, anderen zetten zich in voor de hervorming van het onderwijs. Van de Linde zelf was betrokken bij de oprichting van een moderne armenschool.

Na zijn vlucht heeft Gerrit van de Linde vele jaren niets gepubliceerd in Nederland. Toch bleef hij schrijven: dat bewijzen de vele lange brieven vol toneelstukjes en gedichten die hij aan Jacob van Lennep schreef. Deze haalde hem in 1850 over om weer te publiceren, in de nieuwe almanak Holland. Daarin verschenen de gedichten onder het pseudoniem `De Schoolmeester’.

In het najaar van 1857 werd Van de Linde ziek. Hij overleed op 27 januari 1858 in Highgate. Hij was toen nog geen 50 jaar oud en liet een weduwe met vier jonge kinderen achter.

Jacob van Lennep stelde toen de dichtbundel samen die tot de populairste van de negentiende eeuw zou gaan horen. In 1859 kwamen De gedichten van den Schoolmeester uit. Meer dan een eeuw later werden zijn brieven gepubliceerd, en die sloegen in als een bom.

Verder lezen
Studenten Sociëteit Minerva ± 1830. Geheel rechts: Van de Linde, de latere schoolmeester, achter de man op de stoel (Willem Veder). Litho: J. Fleuss. .
Omslag van de achtste druk van De gedichten van den Schoolmeester uit 1886, geïllustreerd door Anth. de Vries.