literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Les 9: Woordenschat

Ieder jaar komen er nieuwe woorden in onze taal bij. En er verdwijnen er ook. Ook als je niets van het Middelnederlands wist, zou je toch al kunnen bedenken dat veel van onze woorden toen nog niet bestonden (omdat ze pas later zijn opgekomen), en dat er toen woorden waren die wij niet meer kennen (omdat ze nadien verdwenen zijn).

Dat is inderdaad het geval. In de tussenliggende 500 tot 800 jaar is de woordenschat flink veranderd. Het is dan ook eigenlijk opmerkelijk dat we nog zoveel bekends tegenkomen. Er is blijkbaar een kerngroep van woorden die over zeer lange tijd min of meer constant blijft. Woorden als vader, moeder, kind, broer, zuster, arm, voet, koe, dag, huis, graf, hand, boom, vat, eten, gaan, helpen, slapen, werpen, worden, zitten, dom, goed, lief en vreemd treffen we in het Middelnederlands ook aan. Soms zijn er kleine verschillen, maar we herkennen ze direct.

We mogen uiteraard niet verwachten dat we in die oude teksten woorden tegenkomen als filebestrijding, computergestuurd of fluisterasfalt. Men had ze destijds dan ook niet nodig. Anderzijds zijn er inderdaad heel wat woorden die toen gangbaar waren en die nu totaal verdwenen zijn, of soms alleen nog in een enkel dialect in gebruik. Voorbeelden daarvan zijn sniemen (‘weldra, dadelijk’), schier (‘grijs’), saen (‘weldra’) (al gebruikte Streuvels dat nog wel eens in zijn romans), cume (‘nauwelijks’), abolge (‘woede’): ende de Gods abolghe sal bliuen op hem; kerien (‘vegen’): hi sal kerien sinen vloer; koever (‘overvloed’): Daer was goet koeuer van watre daer hi dat volc in doepde.

Er is uiteraard geen beginnen aan om alle woorden op te noemen die sindsdien verdwenen zijn. Daar is dan een Middelnederlands woordenboek voor (zie les 10).

Schrijvende aap die aantekeningen noteert op een wastafel. Margedecoratie in het getijdenboek van de Meester van Catharina van Kleef.