literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Elckerlijc
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Elckerlijc
auteur onbekend, 1470-1480 , Brabant of Vlaanderen

Vanuit de hemel ziet God dat de mensen zondig leven. Hij roept de Dood bij zich: Elckerlijc (Iedereen) moet verantwoording afleggen over zijn leven. De Dood gaat naar Elckerlijc en zegt hem dat hij een pelgrimstocht moet maken (dat wil hier zeggen: zal sterven). Hij probeert nu zonder succes de Dood om te kopen. Zonder uitstel moet hij op reis. Wel mag hij reisgenoten meenemen. Elckerlijc vraagt Gheselscap, Maghe, Neve (vrienden en familie) en Tgoet (Bezit) mee op reis, maar zo gauw ze door hebben wat de ware bestemming is, haken ze af. Dan ontmoet Elckerlijc De Doecht (Deugdzaamheid) maar hij is te zwak. Kennise (Zelfkennis), de zuster van Doecht, brengt Elckerlijc nu bij Biechte, en nadat hij boete heeft gedaan is Doecht weer aangesterkt. Nu vergezellen ook Scoenheit, Vroescap (Wijsheid), Cracht en Vijf Sinnen (Zintuigen) Elckerlijc op zijn tocht. Deze stelt zijn testament op en gaat naar een priester om de laatste sacramenten te ontvangen. Als hij ten slotte bij het graf aankomt laten alle reisgenoten Elckerlijc in de steek, met uitzondering van Doecht, die tot in de dood meegaat en hem zal aankondigen bij God. Een engel brengt de ziel van Elckerlijc naar de hemel. In de epiloog volgt de moraal: laten we bidden dat iedereen zonder zonden voor God verschijnt.

Fragment voorgelezen door: Frank Willaert (Elckerlijc) / Veerle Fraeters (Maghe) / Theo van Lint (Neve)
Fragment waarin Elckerlijc aan zijn familie vraagt mee te gaan op de reis die hij moet ondernemen.
Elckerlijc
Waer sidi, vrienden ende maghe?
Elckerlijc
Waar zijn jullie, vrienden en familie?
Maghe
Hier zijn wi, neve,
Tuwen ghebode, stout ende koene.
Maghe
Hier zijn we, neef,
we staan zonder mankeren tot je beschikking.
Neve
Elckerlijc, hebdi ons te doene?
Dat segt ons vry.
Neve
Elckerlijc, heb je ons nodig?
Zeg het gerust.
Maghe
Ja, sonder verlaet.
Wi zijn tuwen besten, wat ghi bestaet.
Al woudi yemant doot slaen,
Wi helpen u daer toe.
Maghe
Ja, onmiddellijk.
Wij willen je helpen, wat je ook doet.
Al zou je iemand willen doodslaan,
wij zouden je daarbij helpen.
Neve
Want het moet alsoe staen,
Salment maechscap te recht orboren.
Neve
Want zo hoor je te doen
als je familiebanden in ere houdt.
Elckerlijc
God die danc u, mijn vrienden vercoren.
Ick claghe u met droevigher herten mijn ghevaernis:
Dat ic ontboden bin, alsoot claer is,
Een verre pelgrimagie te gaen,
Daer nemmermeer en is wederkeeren aen.
Daer moet ic rekeninge doen, die swaer is,
Voerden Heere, diet al openbaer is.
Elckerlijc
God moge jullie bijstaan, mijn beste vrienden.
Ik klaag jullie met bezwaard gemoed over mijn lotgevallen.
Ik ben namelijk ontboden
om een lange pelgrimage te maken
waarvan ik nooit zal terugkeren.
Ik moet rekenschap geven
aan God, voor wie niets verborgen blijft, en dat valt me zwaar.
Maghe
Waer af moetti rekeninghe doen?
Maghe
Waarover moet je je dan verantwoorden?
Elckerlijc
Van mijnen wercken, om cort sermoen:
Hoe ic hier mijnen tijt heb versleten
Op aertrijc ende met sonden verbeten,
Ende wat ic heb bedreven
Den tijt, gheleent ende niet ghegheven.
Hier wilt doch mede gaen, dat u die almachtighe God wil lonen,
Ende helpt mijn rekeninghe verschoonen.
So sal te minder werden mijn seer.
Elckerlijc
Kort gezegd, over al mijn daden:
hoe ik mijn verblijf op aarde heb verkwanseld
en in zonde heb doorgebracht,
En over wat ik heb gedaan met
de tijd die mij geleend was, niet gegeven.
Ga toch met me mee, de almachtige God zal je belonen,
en help bij het op orde brengen van mijn kasboek.
Mijn pijn zal er door verlicht worden.
Maghe
Wat? Daer mede te gaen?
Maghe
Wat zeg je nu? Daar met je heen gaan?
Neve
Way, schillet niet meer?
Voerwaer, ick heb een ander ghepeyst!
Neve
Nou ja, is dat alles?
Ik had gedacht maar eens iets anders te gaan doen.
Maghe
Ic valle op mijn achterhielen.
Maghe
Ik val achterover van verbazing.
Neve
Ten docht niet gheveyst:
Ic seynder mijnre maerten bli ende vro;
Si gaet gaerne ter feesten!
Neve
Laat ik er niet omheen draaien:
ik stuur mijn vrolijke dienstmeisje,
zij houdt wel van feestjes!
Maghe
Ick segghe oeck alsoe:
Ick soude verschieten int leste.
Maghe
En ik zeg het ook maar:
Ik zou er uiteindelijk voor terugdeinzen.
Elckerlijc
En wildi dan niet mede gaen?
Elckerlijc
Willen jullie dan niet meegaan?
Neve
En laet niet haesten, beste,
Ten is tot gheenre feesten te loopen
Noch tot gheenre sollen.
Neve
Niet zo vlug, mijn beste,
je gaat niet zomaar naar een feest,
of ergens een spelletje spelen.
Elckerlijc
Nu, om een eynde te knopen,
Segt, wildi mede sonder verlaet?
Elckerlijc
Nu, om kort te gaan,
zeg me, gaan jullie nu direct met me mee?
Maghe
Neve, ic neme uutstel, dach ende raet,
Ende mijn ghenachte tot open tijde.
Maghe
Neef, ik wacht nog even en stel het uit
en schort het op voor onbepaalde tijd.
Neve
Wi willen ons verblasen.
Neve
We willen even uitblazen.
Elckerlijc
Hoe soude ick verbliden?
Wat schoonder woerden men mi biet,
Alst coemt ter noot, so eest al niet.
Ay lazen, hoe ist hier ghevaren.
Elckerlijc
Hoe zou ik nog blij kunnen zijn?
Hoe mooi ze ook tegen me praten,
als het erop aankomt, stelt het allemaal niets voor.
Helaas, hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Het toneelstuk dat we kennen als Elckerlijc, heet eigenlijk Den spyeghel der salicheyt van Elckerlijc. Het verhaal vertelt over hoe een mens zalig kan worden, dat wil zeggen hoe hij zich zo moet voorbereiden op de dood dat hij toegang krijgt tot de hemel. Het is een veelvoorkomend thema in de late Middeleeuwen en het speelt in de literatuur van die tijd een grote rol. Wie goed wil sterven en de hemel wil binnengaan, kan niet vertrouwen op geld of bezit, maar heeft een zuiver geweten nodig. Om dit te bereiken is het nodig om te biechten bij een priester en de laatste sacramenten te ontvangen. Er bestaan zelfs speciale boekjes met lessen om zalig te sterven.

In de Elckerlijc wordt deze les verteld in de vorm van een rederijkers-toneelstuk. Het is een allegorisch spel, dat wil zeggen dat de personages abstracte begrippen belichamen. De hoofdpersoon heeft geen alledaagse naam, maar heet Elckerlijc en zijn vrienden heten Gheselscap. Door dit literaire middel is het ook mogelijk om menselijke eigenschappen op het toneel te zetten, zoals Duecht of Kennisse. De schrijver maakt ons daarmee duidelijk dat hij niet zomaar een verhaal vertelt, maar iets te melden heeft dat alle mensen aangaat. Toch zullen de kijkers deze allegorische personages ook als gewone mensen hebben herkend. Het gaat tenslotte om een toneelstuk, en de personages moeten dus zijn uitgebeeld door mensen van vlees en bloed. Zo zal Elckerlijc er waarschijnlijk hebben uitgezien als een rijke koopman terwijl de dood misschien wel een kostuum droeg waarop een skelet was geschilderd!

Verder lezen
De dood jaagt op Elckerlijc. Houtsnede uit een gedrukt boek uit 1500 waarin het toneelstuk is verschenen.
Engelen laten de uitverkoren mensen toe tot de hemel. Detail uit het drieluik van het Laatste oordeel van de Brugse schilder Hans Memling.