literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Egidiuslied
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Egidiuslied
auteur onbekend, ca. 1400 , Brugge

Egidius waer bestu bleven? zijn de beginwoorden van waarschijnlijk het bekendste middeleeuwse lied uit de Nederlandse literatuur: het Egidiuslied. Het is een klaagzang over een overleden vriend. ‘Du coors die doot’ staat er in het Middelnederlands. Je kunt dat vertalen met ‘Jij koos de dood’, al heeft het zeker niet de bijbetekenis van zelfmoord. In de Middeleeuwen was het duidelijk: wie zelfmoord pleegde kwam niet in de hemel. Omdat uit het lied blijkt dat Egidius wel in hemel is, weten we dus dat hij geen zelfmoord gepleegd kan hebben. In deze ene regel, Du coors die doot, du liets mi tleven, wordt heel scherp de tegenstelling aangeduid waarom het in dit lied gaat: de overleden vriend staat aan de kant van de gelukkigen, namelijk de zielen in de hemel, terwijl de zanger nog in pijn en moeite verder moet leven.

De dichter schrijft over zijn verdriet en betreurt zijn lot. Hij spreekt tot zijn vriend die nu in de hemel is en vraagt of hij alsjeblieft voor hem wil bidden. Zorg dat er naast jou nog een plaatsje voor mij overblijft, vraagt hij. Ik moet nog een liedje zingen, schrijft de dichter, en het is alsof hij daarmee het liedje bedoelt dat hij op dat moment zingt, namelijk het Egidiuslied. Maar het slaat ook op alles wat hij nog op aarde moet doet. ‘Een liedje zingen’ is daarbij een beeld voor al zijn geploeter, voor zijn verdriet en voor de gedachte aan zijn vriend.

Uitgevoerd door: Ensemble Rans
Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je zo, mijn kameraad.
Jij koos de dood, liet mij het leven.
Je vriendschap was er vroeg en laat,
maar 't moest zo zijn, een van ons gaat.
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn
Alle vruecht es di ghegheven
Nu ben je in 't hemelrijk verheven,
helderder dan de zonneschijn,
alle vreugd is jou gegeven.
Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je zo, mijn kameraad.
Jij koos de dood, liet mij het leven.
Nu bidt vor mi ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn
Verware mijn stede di beneven
Ic moet noch zinghen een liedekijn
Nochtan moet emmer ghestorven sijn
Bid nu voor mij, ik ben verweven
met deze wereld en zijn kwaad.
Bewaar mijn plaats naast jou nog even,
ik moet nog zingen, in de maat,
tot de dood, die elk te wachten staat.
Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je zo, mijn kameraad.
Jij koos de dood, liet mij het leven.
Je vriendschap was er vroeg en laat,
maar 't moest zo zijn, een van ons gaat.
(vertaling Willem Wilmink)

Het Egidiuslied is een lied, zoals de naam al zegt. Dat betekent dat het bedoeld is om gezongen te worden. Gelukkig is in dit geval de melodie ook bekend, wat voor lang niet alle middeleeuwse liedjes het geval is. De muzieknotatie is anders dan wat wij gewend zijn en bestaat uit niet meer dan een paar notenbalken en wat streepjes. Deze notatie heet daarom streepjesnotatie. Waarschijnlijk was het bedoeld als geheugensteuntje voor mensen die de melodie eigenlijk toch al kenden. In één blik zagen ze: O ja, dat is die melodie, nu weet ik het weer. Het is tegenwoordig niet simpel om zo’n eenvoudig genoteerde melodie uit te voeren. Je moet daarvoor goed bekend zijn met de middeleeuwse muziek. Niet alles wat gezongen en gespeeld moet worden is namelijk genoteerd. Toch valt er uit te komen, zoals je kunt horen aan de uitvoering van de Vlaamse zanger Paul Rans.

Het begin van het Egidiuslied in het Gruuthuse-handschrift.