literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Roman de la Rose (Frans)
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Roman de la Rose (Frans)
Jean de Meung en Guillaume de Lorris, ca. 1235 , Frankrijk

De bestseller van de late Middeleeuwen is een roman over een jongen die verliefd is op een roos. Deze bijzondere liefdesgeschiedenis, genaamd de Roman de la Rose, was onvoorstelbaar populair. Het Franse verhaal werd honderden keren overgeschreven en is vaak vertaald. De roman werd in de loop van de dertiende eeuw geschreven door twee auteurs, Guillaume de Lorris en Jean de Meun. Hun tekst behandelt allerlei aspecten van de liefde. Dat gebeurt in de vorm van een allegorie: abstracte begrippen als liefde, verzet, schaamte, jaloezie en angst treden op als menselijke personages die de hoofdpersoon helpen, adviseren of tegenwerken.

In de Roman de la Rose droomt de ik-persoon dat hij tijdens een wandeling in een prachtige tuin terechtkomt. Daar wordt hij verliefd op een ontluikende roos, die hij zelfs weet te kussen: ‘Un baisier dous et savoré / Pris de la rose errament’ [Ik stal direct een zoete en lieflijke kus van de roos]. Jaloezie laat daarom een stevige burcht om de roos heen bouwen. Uiteindelijk weet de jongen met geweld, en met hulp van meerdere personages, de burcht binnen te dringen en de roos te plukken. Dan ontwaakt hij uit zijn droom.

Tijdens zijn pogingen om de roos voor zich te winnen ontmoet de jongeman allerlei personen, die hem vertellen over verschillende zaken en vooral over de liefde en over vrouwen. Hun meningen lopen sterk uiteen: de een benadrukt dat men vrouwen met respect moet behandelen, de ander meent dat vrouwen van nature overspelig en hebzuchtig zijn; de een idealiseert de liefde, een ander vindt dat liefde alleen maar waanzin met zich meebrengt en een derde hamert op het belang van voortplanting. Er wordt daarom al eeuwenlang verwoed gediscussieerd over de Roman de la Rose: wat willen de auteurs hun lezers nu vertellen over de liefde en over vrouwen? Men is het daar nog altijd niet over eens. Het zou goed kunnen zijn dat de auteurs geen eenduidige moraal wilden uitdragen maar een boek wilden schrijven waardoor mensen gingen discussiëren over de liefde.

De liefde is in de hoofse literatuur telkens een belangrijk thema. Maar er is een groot verschil tussen liefde in hoofse ridderromans zoals die over koning Artur, en liefde in de Roman de la Rose. In de ridderromans krijgt de hoofdpersoon door zijn liefde voor een jonkvrouw de moed om allerlei heldendaden te begaan. Je zou kunnen zeggen dat verliefdheid in die romans een sociaal nut heeft. Maar in de Roman de la Rose lezen we niets over heldendaden of andere goede daden. Het gaat alleen maar om de liefde, en die liefde staat helemaal op zichzelf. Er zijn geen ridders of jonkvrouwen. Verliefdheid zelf is het hoofdthema van het verhaal geworden.

In de onderstaande passage, afkomstig uit een Middelnederlandse vertaling van de Roman de la Rose, lezen we dat de ik-persoon in zijn droom een wandeling maakt op een morgen in de lente en zo terechtkomt op een schitterende plaats.
In desen tide so was dat icke
Lach ende droemde een lanc sticke.
Mi dochte alsoe daer ic lach,
Dat het vroech was ane den dach,
Ende ic stont op sonder vernoyen,
Ende ginc mi cledren ende scoyen,
Ende dwoech mine hande mede.
[...]
Die stat was scone in alre wijs,
Het sceen een erdersce paradijs,
So wel behagede mi die stat.
Die praierie was oec nat
Van soeten coelen dauwe.
Die stat besagic harde nauwe,
Want si mi behagede wale.
Doe gingic al twater tale
Mi meyende in die praierie,
Diere gelike en sagic nie.
Doe ic een luttel hadde gegaen,
Sagic vore mi een vergier staen,
Dat groet was ende harde wijt;
Oec waest gesloten ende gevrijt
Met starken ende met hogen muren.
In deze tijd gebeurde het dat ik
sliep en langdurig droomde.
In mijn droom was het
vroeg in de ochtend.
Ik stond direct op
en trok mijn kleren en schoenen aan
en waste mijn handen.
[...]
Het gebied was in elk opzicht prachtig.
Het leek het aardse paradijs wel,
zo mooi vond ik het.
Het veld was vochtig
van de zoete koele morgendauw.
Ik bekeek de plek nauwkeurig
want ik vond het er schitterend.
Toen daalde ik af naar de oever
om daar wat te verpozen.
Ik had nog nooit zo'n mooie plaats gezien.
Toen ik een tijdje had gewandeld,
kwam ik bij een tuin
die groot en uitgestrekt was.
Hij was afgesloten en omheind
met een sterke en hoge muur.

De Roman de la Rose was zo geliefd dat hij al snel vertaald werd. Een bekende vertaling is die van Geoffrey Chaucer (de schrijver van de Canterbury Tales). De roman werd al rond 1300 twee keer in het Nederlands vertaald. Het bovenstaande fragment is afkomstig uit een van de twee vertalingen, geschreven door de Brabantse dichter Heinric. Bovendien vinden we allerlei elementen terug in andere teksten uit de Franse literatuur, maar ook bijvoorbeeld in de allegorische gedichten in het Gruuthusehandschrift. Daarin wordt bijvoorbeeld het stramien van de Roman de la Rose gevolgd, die met een droom, een wandeling en een natuurbeschrijving begint. En ook hier probeert de ik een geliefde voor zich te winnen, geholpen door sommigen en tegengewerkt door anderen.

Verder lezen
In een droom ziet de hoofdpersoon een rozenstruik. Miniatuur uit een veertiende-eeuws handschrift met de Franse Roman de la Rose van Guillaume de Lorris en Jean de Meung. Veel later behoorde dit handschrift overigens toe aan Madame de Pompadour (1721-1764), de vriendin van koning Lodewijk XV van Frankrijk.
Rondedans door een hoofs gezelschap. Miniatuur uit een handschrift met de Roman de la Rose.