literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Zesde visioen van Hadewijch
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Zesde visioen van Hadewijch
Hadewijch, circa 1240 , Brabant

‘Het was op het feest van Driekoningen en ik was negentien jaar oud.’ Met deze eenvoudige feitelijke mededeling begint Hadewijch haar zesde visioen. Ze vertelt heel concreet over een gebeurtenis die haar is overkomen. Precies op dezelfde manier beginnen wij als we vertellen over gebeurtenissen uit ons leven. We herinneren ons vaak maar al te goed wanneer dingen die indruk maakten precies gebeurd zijn. Hadewijch maakt met de hiervoor aangehaalde woorden duidelijk dat ze iets gaat vertellen dat werkelijk gebeurd is. Maar vervolgens beschrijft ze iets dat in onze ogen in elk geval zeer ongebruikelijk is, en dat voor ons als volstrekt onvoorstelbaar overkomt. Hadewijch vertelt dat ze een zeer sterk verlangen voelde naar God en dat een grote liefde haar overweldigde. En toen, schrijft ze, ‘werdic opghenomen in enen gheeste ende ghevoert daer mi wart ghetoent ene hoghe gheweldeghe stat (=plaats)’. Het is alsof ze buiten zichzelf treedt. Ze verschijnt voor een troon en een stem spreekt tot haar. Hadewijch beschrijft gebeurtenissen die voor een mens nauwelijks te bevatten zijn: ze ziet God en wordt volkomen één met hem en komt hierdoor tot groot inzicht. Aan het einde van het visioen beschrijft ze hoe ze dit bereikt en hoe ze ten slotte weer in haar gewone, aardse geestestoestand terugkeert. Deze is wreed en jammerlijk, maar de herinnering aan het visioen geeft mystieke gelukzaligheid.

Fragment voorgelezen door: Veerle Fraeters
Het slot van het zesde visioen van de Brabantse mystica Hadewijch.
Doen werdic weder ghewect in enen gheeste ende ic bekende weder alse te voren ende verstont alle redene; ende van hem wart echt gheseghet te mi: Hier na en saltu meer nieman doemen noch benedien buten ghetamen van mi; ende du salt elken gheven recht na sine werdecheit. Aldus ghedane ben ic in ghebrukene ende in kinnen ende in op ghenomenheiden den ghenen die mi ghenoech na minen wille sijn. Ic gheleide di god ende mensche weder in die wrede werelt, daer du salt ghesmaken alre doede: des du hier weder coms in den ghehelen name mijns ghebrukens daer du in ghedoept best in mine diepheit. Ende ic wart met dien weder bracht jamerleke in mi selven.Toen kwam ik weer tot mezelf in de geest en ik begreep alles weer net als daarvoor en verstond alles wat er gezegd werd. En hij sprak opnieuw tegen mij: ‘Hierna zul je niemand meer veroordelen of zegenen zonder mijn toestemming en je zult ieder mens waarderen naar wat hij werkelijk waard is. Zo is het dus om mij te ervaren, mij te kennen en om in mij opgenomen te zijn voor hen die mijn wil voldoende volgen. Ik breng jou, god en mens, weer in de wrede wereld, waar je alle doden zult sterven, tot je hier terugkomt om het volmaakte een-zijn met mijn drieëenheid te genieten waar je nu gedoopt bent, in mijn diepte.’ En daarmee werd ik tot mijn verdriet teruggebracht in mijzelf.
(Vertaling: Imme Dros)

Mystieke visioenen zijn in onze ogen wonderlijke teksten. Ze beschrijven heel realistisch hoe iemand een sterk verlangen naar God voelt, opgenomen wordt in de hemel, één wordt met God en vervolgens weer terugkeert naar het leven van alledag. Tijd en plaats zijn vaak heel precies aangegeven en ook de hemel wordt uiterst gedetailleerd beschreven. We lezen wat er te zien is, hoe het er geurt en welke geluiden er klinken. De vraag of dit allemaal ook echt zo gebeurd is, is een typische vraag van onze tijd.

In de Middeleeuwen, maar ook daarna tot in onze tijd, zijn er mensen die hun hele leven besteden aan het bereiken van een waarlijk contact met God. Door grote toewijding en veel oefening slagen ze er in stappen te zetten op die lange zware weg. De laatste stap, die alleen gezet kan worden door mensen met veel aanleg en een ijzeren discipline, leidt tot eenwording met God: het hoogste dat voor een mens in de mystiek bereikbaar is. Hadewijch is zo iemand en ze beschrijft haar mystieke weg, om daarmee anderen te leren hoe ze (misschien) hetzelfde kunnen bereiken. Hadewijch was er waarschijnlijk niet op uit om haar mystieke ervaringen ‘fotografisch’ vast te leggen. Ze wilde niet precies opschrijven wat ze voelde en meemaakte, maar ze heeft haar ervaringen verwerkt tot een tekst die anderen tot voorbeeld kan zijn. Ze vertelt over haar mystieke ervaringen in een literaire taal en doet dit op een goed gestructureerde manier. Ze heeft haar ervaringen tot literatuur gemaakt en juist daardoor behoren haar teksten tot de mooiste mystieke visioenen uit de Middeleeuwen, en ze worden wereldwijd nog steeds gelezen.

Verder lezen
De tronende God beschermt de mensen en de dieren. Hadewijch moet een dergelijke God voor ogen hebben gehad toen ze op Driekoningendag een visioen kreeg.