literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Lanceloet en het hert met de witte voet
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Lanceloet en het hert met de witte voet
auteur onbekend, vóór 1291 , Brabant

Een jonkvrouw arriveert op Camelot, Arturs hof. Ze vertelt een verhaal over een woud waar zich een hert met een wit voetje bevindt. Het hert wordt bewaakt door zeven leeuwen. De vorstin van de jonkvrouw zal alleen trouwen met de man die haar het witte voetje brengt. De ridder die dit wil proberen zal door een hondje naar het woud geleid worden. Lanceloet volgt het hondje naar het woud. Daar wordt hij aangevallen door de leeuwen. Hij verslaat ze allemaal, maar raakt gewond. Toch trekt hij verder het woud in en vindt het hert. Lanceloet snijdt de witte voet af, en valt dan uitgeput in het gras. Op dat ogenblik komt een ridder langs, aan wie Lanceloet vertelt wat er gebeurd is. Hij vraagt de witte voet namens hem aan de vorstin te overhandigen. De onbekende ridder heeft echter kwalijke bedoelingen: hij geeft nog een houw met z’n zwaard en laat hem voor dood achter. De vorstin is ontzet wanneer de ridder een huwelijk met haar claimt. De man is namelijk foeilelijk. Op advies van haar getrouwen wordt het huwelijk voorlopig uitgesteld.

Intussen is Walewein ongerust geworden om zijn vriend Lanceloet. Hij reist hem daarom achterna en vindt hem uiteindelijk in het woud. Lanceloet vertelt hem wat hem is overkomen. Walewein laat zijn vriend achter bij een arts, en gaat naar het hof van de vorstin. Daar begint het huwelijk bijna. Walewein beschuldigt echter de bedrieger. De ruzie die ontstaat wordt beslist in een tweekamp. Met één slag klieft Walewein het hoofd van de ridder, die dood neervalt. Walewein vertelt aan de vorstin dat Lanceloet de echte overwinnaar van de leeuwen is, en haalt Lanceloet op. De vorstin wil maar al te graag met Lanceloet trouwen. Deze moet dat echter afwijzen, omdat zijn hart aan Guinevere, zijn koningin, toebehoort. Daarom keren Walewein en Lanceloet weer terug naar Camelot.

Een vermoeide Lanceloet vindt na zijn gevecht met de leeuwen het hert in het woud. Wanneer zijn hondje erin slaagt het voor hem te vangen, snijdt Lanceloet het begeerde witte voetje met zijn laatste krachten af (vs. 225-255).
Hi ginc daer sijn part stoet
Ende sette inden stegereep den voet.
Al was hi gewont ende moede,
Hi gincker op met groter spoede
Ende reet daerna int foreest.
Sijn ongemac was hem meest.
Hi horde vanden vogle di lude.
Den roeke vanden soeten crude,
Dies daer vele was int wout,
Maketde sine herte bout.
Hi reet weder ende vort.
Menege stemme heft hi gehort
Van voglen die hem wel bequamen
Ende sijns leets en deel benamen.
Hier ende ginder nam hi goem
Ende onder enen groffels boem
Hi den hert doe licgen sach.
Nu hort wies Lanceloet doe plach.
Hi nam dat ors metten sporen.
Die hert saget ende liep voren
Ende Lanceloet volgede hem naer,
Al was hi moede ende swaer.
Dat hondekijn liet na gaen;
Eer hijt wiste hattene gevaen.
Ende doent den hert hadde gevelt,
Reet hi harder dan den telt
Ende beette neder op dat gras.
Des wit voets hi girech was
Ende snetene af met sinen swerde.
Doe viel hi neder an die eerde;
Hine conste doe gestaen niet.
Hij ging naar waar zijn paard stond
en zette zijn voet in de stijgbeugel.
Ook al was hij gewond en uitgeput,
hij steeg snel op
en reed daarna het bos in.
Hij voelde zich bijzonder ellendig.
Hij hoorde de geluiden van de vogels.
De geur van heerlijke kruiden,
waarvan er vele in het bos waren,
gaf hem zelfvertrouwen.
Hij reed wat hier en daar.
Hij hoorde veel gezang
van vogels, wat hem goed deed,
en zijn leed voor een deel verzachtte.
Hij speurde overal rond,
en onder een kruidnagelboom
zag hij het hert toen liggen.
Luister nu wat Lanceloet toen deed.
Hij gaf zijn paard de sporen.
Het hert zag dat en vluchtte,
en Lanceloet achtervolgde hem,
ook al voelde hij zich vermoeid en ziek.
Het hondje liep harder;
Voor Lanceloet het besefte had hij het hert te pakken.
En toen het hondje het hert gedood had,
Reed hij er in volle draf naar toe
en steeg af op het gras.
Omdat hij graag het witte voetje wilde hebben,
sneed hij het af met z'n zwaard.
Toen viel hij neer op de grond;
hij kon niet meer blijven staan.

Lanceloet en het hert met de witte voet behoort tot de zogenoemde ‘Arturromans’. Dat zijn verhalen waarin koning Artur en zijn ridders van de Ronde Tafel een hoofdrol vervullen. De tekst is verwant aan het Franse zogenoemde Lai de Tyolet, een kort verhaal over het thema ‘liefde’. Ook hierin speelt de jacht op een hert een belangrijke rol. De jacht op een hert werd in aristocratische kringen in de Middeleeuwen beschouwd als een edele sport. Het was gebruikelijk dat wanneer een hert geschoten was, de rechter voorpoot werd afgehouwen en aan een belangrijk persoon werd aangeboden. Opvallend in dit werk is dat Lanceloet weliswaar van plan is deze handeling te verrichten, maar dat zijn vriend Walewein eraan te pas moet komen om de voet daadwerkelijk aan de vorstin aan te bieden.

Het verhaal komt voor in een handschrift dat nu in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bewaard wordt, de zogenoemde Haagse Lanceloetcompilatie. In deze codex komen tien verhalen over Artur en zijn hofhouding voor. Lanceloet en het hert met de witte voet is één van de kortere verhalen. Andere, zoals Lancelot of de Queeste van de Graal, zijn vele duizenden verzen lang. Een aantal van deze Arturromans zijn vertalingen uit het Frans. Daartussen zijn dan de kortere, oorspronkelijk Middelnederlandse verhalen gevoegd. De populariteit van dit soort verhalen dateert uit het einde van de twaalfde eeuw, toen in Frankrijk Chrétien de Troyes over Artur en zijn ridders ging schrijven.

Lanceloet en het hert met de witte voet is een soort persiflage op een Arturroman: immers, de queeste van Lanceloet mislukt jammerlijk. Het is z'n vriend Walewein die hem uit de nesten moet halen. Men denkt daarom dat dit komt doordat het verhaal oorspronkelijk anders verliep, maar nu door de schrijver van het handschrift is aangepast aan zijn eigen bedoelingen. Want in de oorspronkelijke Franse romancyclus wordt de rol van Walewein steeds kleiner, ten gunste van Lanceloet. In Lanceloet en het hert met de witte voet zijn de rollen weer omgedraaid; waarschijnlijk wilde de compilator een verhaal vertellen om te laten zien hoe voortreffelijk Walewein wel niet was. Mogelijk gebeurde dit in opdracht van de eerste bezitter van het handschrift, de schrijver Lodewijk van Velthem, die leefde in het begin van de veertiende eeuw.

Verder lezen
Een bladzijde uit de beroemde Lanceloetcompilatie, waarin Lanceloet en het hert met de witte voet bewaard is. Hier is met een grote initiaal het begin van Arturs doet aangegeven, een van de negen andere teksten in dit handschrift.