literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Beatrijs
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Beatrijs
auteur onbekend, ca. 1300 , Brabant

Beatrijs, een jonge vrouw uit een adellijke familie, is kosteres in een klooster. Uit liefde voor een jeugdvriend verlaat ze op een nacht het klooster in stilte. Zeven jaar lang leven Beatrijs en haar lief in rijkdom en ze krijgen twee kinderen. Maar wanneer het geld op is, gaat hij ervandoor. Beatrijs staat er alleen voor.

Gedurende zeven jaar verdient ze de kost als hoer, maar uiteindelijk krijgt ze berouw. Ze besluit terug te keren naar het klooster. Nadat ze haar kinderen heeft achtergelaten bij een weduwe die voor hen zal zorgen, gaat ze heimelijk terug naar het klooster dat ze veertien jaar eerder heeft verlaten. Tot haar verrassing merkt ze dat Maria, tot wie ze steeds was blijven bidden, al die jaren haar plaats heeft ingenomen. Niemand in het klooster heeft Beatrijs' afwezigheid gemerkt.

Vanaf nu is zij opnieuw kosteres. Toch wordt ze nog gekweld door schuldgevoelens. Ze biecht alles op aan een abt die het klooster bezoekt. Hij scheldt haar alle zonden kwijt. Wel vertelt hij het verhaal, als een leerzaam exempel, in een preek, maar zó dat niemand weet dat het over Beatrijs gaat.

Als Beatrijs het klooster verlaat, laat ze haar kloostergewaad achter bij het altaar van Maria. In haar hemd betreedt ze de tuin waar haar lief al wacht (vs. 255-285).
Inden vergier quam si met vare.
Die jongelinc wert haers gheware.
Hi seide: ‘Lief, en verveert u niet:
Hets u vrient dat ghi hier siet.’
Doen si beide te samen quamen,
Si begonste hare te scamen
Om dat si in enen pels stoet
Bloets hoeft ende barvoet.
Doen seidi: ‘Wel scone lichame,
U soe waren bat bequame
Scone ghewaden ende goede cleder.
Hebter mi om niet te leder,
Ic salse u gheven sciere.’
Doe ghinghen si onder den eglentiere
Ende alles dies si behoeft,
Des gaf hi hare ghenoech.
Hi gaf haer cleder twee paer.
Blau waest dat si ane dede daer
Wel ghescepen int ghevoech.
Vriendelike hi op haer loech.
Hi seide: ‘Lief, dit hemelblau
Staet u bat dan dede dat grau.’
Twee cousen toech si ane
Ende twee scoen cordewane,
Die hare vele bat stonden
Dan scoen die waren ghebonden.
Hoet cleder van witter ziden
Gaf hi hare te dien tiden,
Die si op haer hoeft hinc.
Doen cussese die jongelinc
Vriendelike aen haren mont.
Vol van vrees kwam ze onder de bomen
en de jongeling zag haar komen
en hij zei: ‘Lieveling, schrik maar niet,
het is je vriend, die je hier ziet.’
Toen die twee daar samenkwamen,
toen begon ze zich te schamen,
want ze stond in haar ondergoed,
met niets op 't hoofd of aan de voet.
Hij zei: ‘Meisje van mijn verlangen,
ik zal je lichaam gaan omhangen
met mooie sjaals en mooie kleren,
je hoeft je niet lang meer te generen,
want alles ligt al voor je klaar.’
Toen gingen ze onder de rozelaar
en daar waren kleren genoeg,
veel meer dan waar ze ooit om vroeg.
Van alles gaf hij haar een paar;
de blauwe kleren nam ze daar,
fijn van snit en goed van pas.
En zo vriendelijk als hij was...
Hij lachte: ‘Lief, dit hemelsblauw
staat beter dan dat kloostergrauw.’
Twee kousen trok ze aan,
twee Cordoba-schoenen, welgedaan,
die haar zoveel beter stonden
dan die sandalen, met linten gebonden.
Hij wilde haar ook verblijden
met sluiers van witte zijde,
die ze over haar hoofd heenhing.
Nu kuste haar de jongeling
vriendelijk op haar mond.
(Vertaling: Willem Wilmink)

Beatrijs schaamt zich als ze in haar hemd de tuin inkomt. Niet omdat ze preuts is, maar omdat ze de kleding draagt van iemand die boete doet. Opstandige edelen die gestraft werden, moesten op blote voeten en gekleed in een hemd om genade smeken bij hun heer. Beatrijs weet dit als adellijke vrouw. Haar lief geeft haar daarom meteen de kans zich in mooie kleren te steken, precies zoals het een adellijke dame past. Het stond haar veel beter dan het kloostergewaad, zo zegt de verteller. Aan dit voorbeeld zien we dat het vrome verhaal over Beatrijs helemaal is aangepast aan de wereld van edelen. Ook de manier waarop ze zich in leven houdt als haar man haar heeft verlaten, heeft hiermee te maken. Beatrijs heeft geen beroep geleerd; ze kan aan de kost komen door te gaan bedelen. Maar bedelarij is de grootst denkbare schande omdat het in alle openheid gebeurt. Dan kun je nog beter in het geheim je lichaam verkopen. Dat is ook een schande, maar niet zichtbaar voor de hele wereld en dus minder erg.

Het Nederlandse gedicht over Beatrijs is een bewerking van een ouder verhaal. De dichter heeft een kort exempel uitgewerkt tot een aangrijpend verhaal dat heel herkenbaar was voor zijn adellijke publiek. Die edelen begrepen heel goed waarom Beatrijs zich schaamde toen ze in haar hemd stond en waarom ze liever hoer werd dan ging bedelen. En omdat ze Beatrijs herkenden als iemand uit hun eigen wereld, maakte de boodschap zoveel te meer indruk: wanneer je ondanks alles blijft vertrouwen op Maria, dan blijft Maria trouw aan jou.

Verder lezen
De Beatrijs is maar in één middeleeuws handschrift bewaard. Daar begint de tekst met een illustratie van Beatrijs die bidt tot Maria. Het mooi geschreven en versierde handschrift is rond 1374 in Brabant gemaakt.