literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Twee rondelen (Frans)
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Twee rondelen (Frans)
Christine de Pizan (circa 1364-1442), ca. 1400 , Frankrijk

Christine de Pizan moet een heel bijzondere vrouw zijn geweest. Zij was de dochter van een Italiaanse geleerde die als lijfarts en astroloog in dienst trad van koning Karel V van Frankrijk. Zij trouwde jong met een ambtenaar van het hof, die echter al in 1389 overleed, haar achterlatend, vijfentwintig jaar oud, met drie kinderen tot haar last. Bij gebrek aan een vaste bron van inkomsten besloot zij te trachten met de pen in het onderhoud van haar gezin te voorzien, iets wat vóór haar, voor zover bekend, geen enkele vrouw had gedaan. Zij begon met lyrische gedichten, maar legde zich later vooral toe op het schrijven van didactische en allegorische werken, aanvankelijk in verzen, later ook in proza. Daarbij trad zij op als haar eigen uitgever: zij kopieerde haar werken zelf of hield toezicht op het afschrijven ervan door kopiisten in haar dienst. Zelf corrigeerde zij de teksten en gaf zij gedetailleerde instructies aan de miniaturisten die haar handschriften van illustraties voorzagen. Exemplaren van haar werken droeg zij op aan leden van de koninklijke familie of aan hoge edelen; in ruil daarvoor ontving zij vaak een ruimhartige beloning. Beroemd is het prachtige handschrift van haar verzamelde werken dat kort na 1410 werd vervaardigd voor de Franse koningin Isabella van Beieren en dat thans in de British Library te Londen berust.

Rondeau LI Rondeel 51
Amis, venez encore nuit,
Je vous ay aultre fois dit l'eure.
Lieveling, kom nog deze nacht,
hoe laat en waar, daar weet je van.
Pour en joye estre a no deduit,
Amis, venez encore nuit.
Om alles waar ons hart naar smacht,
lieveling, kom nog deze nacht.
Car ce qui nous empesche et nuit
N'y est pas, pour ce, sanz demeure,
Amis, venez encore nuit.
Onze cipier staat niet op wacht:
hij is er niet. Dus haast je dan,
lieveling, kom nog deze nacht.


Rondeau LII


Rondeel 52
Il me tarde que lundi viengne
Car mon ami doy veoir lors.
Als maar de maandag aan wou breken,
dan was mijn liefste weer bij mij.
Afin qu'entre mes bras le tiengne
Il me tarde que lundi viengne.
In mijn omarming neergestreken,
als maar de maandag aan wou breken.
Si lui pri qu'il lui en souviengne;
Car pour veoir son gentil corps
II me tarde que lundi viengne.
‘Vergeet het niet,’ zou ik willen smeken.
Zijn mooie lichaam heel dichtbij,
als maar de maandag aan wou breken.

Onder de door Christine beoefende lyrische dichtvormen nemen de rondelen een bijzondere plaats in. In zijn oudste gedaante was een rondeel (in het Oudfrans rondel of rondet genoemd) een simpel liedje, bestaande uit twee muzikale frasen, dat een dans, de carole, begeleidde. In de dertiende eeuw gaat het danskarakter geleidelijk verloren; de benaming rondeau gaat dan een korte, één- of meerstemmige muzikale compositie aanduiden. In de veertiende en vijftiende eeuw is het rondeel, vaak uitgebreid tot elf of dertien verzen, vooral als dichtvorm (zonder muziek) populair. Christines jongere tijdgenoot Charles d'Orléans (1394-1465) gaf de voorkeur aan de langere vorm; zijzelf schreef meer dan zeventig achtregelige rondelen: kleine, sierlijke gedichtjes, in elk waarvan een amoureuze situatie wordt geëvoceerd. Haar rondelen beginnen en eindigen met een tweeregelig refrein, waarvan het beginvers in de vierde regel van het gedicht terugkeert. De formule luidt A B a A a b A B, waarbij de hoofdletters het refrein aanduiden. Dat in de twee door Willem Wilmink vertaalde rondelen ‘ik’ een vrouw is, betekent niet dat deze gedichten als autobiografisch geïnterpreteerd zouden moeten worden.

Verder lezen
Christine de Pizan zit te schrijven. Miniatuur uit een handschrift uit 1404 met haar Livre de la mutacion de fortune.