literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen Literatuurgeschiedenis.nl: Laudes creaturarum/Loflied van de schepselen (Italiaans)
   1000       1100       1200       1300       1400       1500       1600       1700       1800       1900       2000    
Laudes creaturarum/Loflied van de schepselen (Italiaans)
Franciscus van Assisi (1182-1226), 1226 , Italië

Na de strenge winter van het jaar 1225 ging Franciscus' lichamelijke toestand steeds verder achteruit. Verzwakt door allerlei interne kwalen leed hij schier ondraaglijke pijn door een oogziekte die hij tijdens zijn reizen in het Heilige Land had opgelopen en die zijn gezichtsvermogen steeds verder aantastte. In San Damiano legde men hem in een hutje waar het zonlicht door stromatten werd afgeschermd, maar waar het wemelde van de muizen, die hem het slapen onmogelijk maakten. Mede hierdoor raakte hij in een diepe geestelijke crisis. Toen hij op een nacht de vertwijfeling nabij was, hoorde hij een stem die hem voorhield dat hij zijn ziekte moest beschouwen als de prijs waarmee hij zich van een plaats in de hemel had verzekerd. Als dank voor deze troost dichtte de heilige het ‘Loflied van de schepselen’. Hij droeg zijn broeders op, als ‘speellieden van de Heer’ (ioculatores Domini) met dit lied door de wereld te trekken en als beloning voor het zingen ervan te vragen dat men zich bekeerde. Later heeft hij nog twee strofen (10/11 en 12/13) aan de lofzang toegevoegd. Met de eerste wist hij, zo wordt verhaald, een verzoening tot stand te brengen tussen de bisschop en de wereldlijke overheid; de tweede, waarin hij de dood als zijn zuster verwelkomde, dichtte hij in de laatste dagen van zijn leven. Franciscus stierf op 3 oktober 1226, vierenveertig jaar oud.

Incipiunt laudes creaturarum, quas fecit beatus Franciscus ad laudem et honorem Dei, cum esset infirmus apud sanctum Damianum. Hier volgt het loflied van de schepselen dat de Heilige Franciscus tot lof en eer van
God gemaakt heeft, toen hij ziek lag in San Damiano.
Altissimu onnipotente bon signore.
tue so le laude la gloria e l honore ed onne benedictione.
Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
u komt de lof toe, de roem, de eer en alle zegen.
Ad te solo altissimo se konfano
e nullo homo ene dignu te mentovare.
U alleen, die de hoogste bent, komen zij toe,
en er is niemand die waardig is, uw naam te noemen.
Laudato sie misignore con tucte le tue creature
spetialmente messor lo frate sole
lo qual e iorno ad allumini noi per loi.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, met al uw schepselen,
en vooral ook heer Broeder Zon,
die de dag zelf is en door wie u ons verlicht.
Et ellu e bellu e radiante cun grande splendore
de te altissimo porta significatione.
En hij is zo prachtig, zoals hij schittert met lichtende stralen,
van u, allerhoogste, draagt hij het heerlijke teken.
Laudato si misignore per sora luna e le stelle
in celu lai formate clarite e pretiose e belle.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Maan en de sterren,
die u aan de hemel hebt gemaakt, als kostbare lichten van verre.
Laudato si misignore per frate vento
e per aere e nubilo e sereno ed onne tempo
per lo quale e le tue creature dai sustentamento.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Wind,
door de lucht vol wolken, die ook weer op kan klaren,
door de wisseling van weer, waar uw schepselen wel bij varen.
Laudato si misignore per sor aqua
la quale e multo utile ed humile e preciosa e casta.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Water,
die zo nuttig is, zo nederig, zo kostbaar en kuis.
Laudato si misgnore per frate focu
per lo quale ennallumini la nocte
ed ello e bello e iocundo e robusto e forte.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Vuur,
door wie u de nacht verlicht,
en hij is zo prachtig en speels, zo stoer en zo krachtig.
Laudato si misignore per sora nostra matre terra
la quale ne sustenta e governa
e produce diversi fructi con colorite flori ed herba.
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster Moeder Aarde,
die ons wil voeden en behoeden,
die allerlei vruchten voortbrengt en kruiden en bonte bloemen.
Laudato si misignore per quelli ke perdonano per lo tue amore
e sostengo infirmitate e tribulatione
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door hen die vergeven om uwentwil
en die ziekten en tegenspoed verdragen.
beati quelli kel sosterrano in pace
ka da te altissimo sirano incoronati.
Gelukkig zijn zij die dit dragen in vrede,
want u, allerhoogste, zult hen belonen.
Laudato si misignore per sora nostra morte corporale
da la quale nullu homo vivente po skappare
Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster de Lichamelijke Dood,
aan wie geen levend wezen kan ontkomen.
guai acquelli ke morrano ne le peccata mortali
beati quelli ke trovara ne le tue sanctissime voluntati
ka la morte secunda nol farra male.
Wee degenen die sterven in een toestand van doodzonde;
gelukkig zijn zij die de dood aantreft in overeenstemming met uw heilige wil,
want de tweede dood zal hen niet deren.
Laudate en benedicete misignore e rengraziate
e serviteli cun grande humilitate.
Laat ieder mijn Heer prijzen en zegenen,
Hem danken en dienen met grote nederigheid.

Het is een verbazend gedicht. Op het eerste gezicht lijkt het volkomen ongekunsteld, een spontane gevoelsuitstorting waarmee de dichter in een reeks lofprijzingen de verbondenheid van alles in de schepping onder woorden wil brengen. Bij nader toezien blijkt er sprake te zijn van een doordachte compositie. Dat het eerste woord van het lied, Altissimu, ‘Allerhoogste’, correspondeert met het laatste humilitate, ‘nederigheid’, is zonder twijfel geen toeval. Voor de afwisseling van de termen ‘broeder’ en ‘zuster’ geldt hetzelfde (de - later toegevoegde - strofe over de dood doorbreekt deze regelmaat). Ook de onmiskenbare verwerking van bijbelse voorbeeldteksten (bijvoorbeeld Psalm 148 en de lofzang van de drie mannen in de vuuroven uit Daniël 3) wijst op zorgvuldige overweging. De uitdrukking la morta secunda, ‘de tweede dood’, verwijst naar een drietal plaatsen uit de Openbaring (2:11, 20:6 en 20:14). Uit de laatste plaats blijkt dat met ‘de tweede dood’ de uiteindelijke vernietiging van de verdoemde zielen na het laatste oordeel bedoeld wordt. De voorstelling dat de Zon en de hemellichamen, vervolgens de vier elementen lucht, water, vuur en aarde, en ten slotte zelfs ook de dood, als schepselen Gods broeders en zusters van de mens zijn, drukt een kerngedachte van Franciscus' geloof op een in poëtisch opzicht volmaakte wijze uit.

In het oudste handschrift wordt het lied met de woorden ‘laudes creaturarum’, ‘lofzang van de schepselen’ aangeduid; elders vindt men de benaming ‘Cantico di frate sole’, dat in het Nederlands meestal met ‘Zonnelied’ wordt weergegeven. De oorspronkelijke tekst vertoont allerlei kenmerken van het Umbrisch, het dialect dat in de omgeving van Assisi werd gesproken. Het lied is ontelbare malen vertaald, waarbij het woord per, dat in het Italiaans zowel ‘voor’ als ‘door’ betekent, steeds voor een lastig probleem zorgde. De eerste regel van strofe 5, Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle, kan zowel vertaald worden met: ‘Geprezen zij U, mijn Heer, voor (of omwille van) zuster maan en de sterren’, maar ook met: ‘Geprezen zij U, mijn Heer, door zuster maan en de sterren’. De bijbelse voorbeelden wijzen in de richting van de opvatting ‘door’: het zijn de schepselen die God moeten prijzen. In het Italiaans klinken beide betekenissen mee; een vertaler moet kiezen voor een van beide. In de navolgende vertaling is, nadat in een eerdere versie ‘om’ de voorkeur had gekregen, ten slotte aarzelend tot ‘door’ besloten. Een citaat uit Helene Nolthenius' Een man uit het dal van Spoleto brengt ons ten slotte weer terug naar de bijna blinde man in zijn hutje: ‘De wind herdacht hij, en de wolken, die hem jaren begeleid hadden als hij, weer of geen weer, barrevoets over moeder aarde liep en hier en daar, bij een beek of een bron, zuster water gedronken had uit zijn hand...’

Verder lezen
Op de vijfde dag schiep God de vogels en de vissen. Miniatuur uit een Utrechtse historiebijbel uit de vijftiende eeuw.