literatuurgeschiedenis.nl | de middeleeuwen

Als je met je mond vol tanden staat, zeg je in het Nederlands ‘Ik weet het niet’ en in het Duits ‘Ich weiss nicht’, terwijl je in het Frans ‘Je ne sais pas’ zou zeggen. Het Nederlands lijkt meer op het Duits dan op het Frans. Daarom hebben de meeste Nederlandstaligen ook minder moeite om Duits te begrijpen dan Frans.

Babylonische spraakverwarring - over taalfamilies

Het Duits en Nederlands lijken zoveel op elkaar doordat ze tot dezelfde taalfamilie behoren. Het Duits en het Nederlands zijn namelijk Germaanse talen. Dat betekent dat ze allebei uit dezelfde taal zijn ontstaan: het Germaans.
Het Frans lijkt niet op het Duits en Nederlands omdat het tot een hele andere taalfamilie behoort. Het Frans is net als het Spaans, het Portugees, het Italiaans en het Roemeens, een Romaanse taal. De Romaanse talen hebben een andere voorouder: het Latijn. Toch is het niet zo dat het Nederlands en het Frans helemaal geen familie van elkaar zijn. De Germaanse talen en de Romaanse talen hebben namelijk ook een gemeenschappelijke voorouder. Ze zijn allebei ontstaan uit het Indo-Europees.

Het Indo-Europees werd ongeveer 3000 jaar voor Christus gesproken en de meeste talen in Europa zijn uit dit Indo-Europees ontstaan. Behalve het Germaans en het Latijn stammen bijvoorbeeld ook het Grieks, het Slavisch (waartoe het Russisch en het Bulgaars horen) en het Albanees van het Indo-Europees af. Van alle taalgroepen op de wereld is de groep van de Indo-Europese talen het grootst. Ook buiten Europa worden immers Indo-Europese talen gesproken, denk maar aan het Engels in Noord Amerika, Afrika en Australië, het Spaans in Zuid-Amerika en het Frans in Afrikaanse landen. Een andere grote taalgroep is het Sino-Tibetaans, daartoe behoort het Chinees dat door meer dan een miljard mensen wordt gesproken.

Het Nederlands en Duits zijn niet de enige Germaanse talen. Ook het IJslands, het Noors, het Zweeds, het Deens, het Engels, het Fries en het Zuid-Afrikaans behoren tot de Germaanse taalfamilie. Nadat uit het Indo-Europees het Germaans is ontstaan, ongeveer 1000 jaar voor Christus, splitst het Germaans zich in drie talen: Noordgermaans, Oostgermaans en Westgermaans. Daaruit ontstaan vervolgens weer andere talen.

Welke talen Noordgermaans zijn, is niet zo moeilijk te raden: IJslands, Noors, Deens en Zweeds. Het zijn de talen die we nu ook de Scandinavische talen noemen. Je mist in dit rijtje waarschijnlijk het Fins. Dat komt doordat het Fins geen Germaanse en zelfs geen Indo-Europese taal is. Samen met het Estisch (uit Estland) en het Hongaars behoort het Fins tot een andere taalgroep, namelijk die van de Finoegrische talen.

Oostgermaanse talen bestaan nu niet meer, maar de belangrijkste Oostgermaanse taal was het Gotisch. Het werd in de vierde eeuw na Christus gesproken in het gebied van het huidige Bulgarije en Roemenië. Door volksverhuizingen zijn de Goten met andere volkeren samen gaan leven en zo is het Gotisch langzaam verdwenen. Maar er is wel een tekst in het Gotisch bewaard gebleven en dat is meteen de oudste tekst in een Germaanse taal: de bijbel die door bisschop Wulfila van het Grieks in het Gotisch is vertaald. Omdat hij de eerste was die de Gotische taal ging opschrijven, bestond er nog geen alfabet. Wulfila ontwierp dus eerst een alfabet en daarvoor keek hij goed naar het Grieks. De eerste zin van het Onze Vader in het Gotisch luidt als volgt, waarbij je het teken þ uit moet spreken als de th in het Engelse through:

Atta unsar þu in himinam,
weihnai namo þein.
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd.

De Westgermaanse talen vormen de grootste groep binnen de Germaanse taalfamilie, zeker als je ziet hoeveel mensen deze talen spreken. Het gaat om Nederlands, Fries, Duits en Engels. Ook het Zuid-Afrikaans hoort hierbij, want dat stamt van het Nederlands af.

Wanneer ontstaat uit het Westgermaans nu het Nederlands? Dat is moeilijk te zeggen, omdat we geen teksten hebben uit die tijd. Aangenomen wordt dat de taal die onze gewesten gesproken werd rond 700 na Christus zoveel eigen kenmerken vertoont, dat we kunnen spreken van een nieuwe taal: het Oudnederlands. Oudnederlandse teksten hebben we pas uit later tijd. Het meest beroemd is het zinnetje ‘Hebban olla vogala...’ uit de eerste helft van de twaalfde eeuw. Oudnederlands werd gesproken van ± 700 tot 1150 na Christus. Daarna begint de periode van het Middelnederlands, die tot 1500 na Christus duurde. Het Nederlands van na 1500 noemen we Nieuwnederlands en dat spreken we nu nog!

Verder lezen
Toen alle mensen nog één taal spraken, wilden ze in Babel een toren tot in de hemel bouwen. God strafte ze daarvoor en gaf ze allemaal eigen talen waardoor ze elkaar niet meer verstonden: er heerste een babylonische spraakverwarring. De bouw kwam stil te liggen en de bouwers trokken naar alle uithoeken van de wereld. Zo raakten de talen verspreid (zie Genesis 11).